Verandering begint vaak met een shock, die vervolgens nog lange tijd kan natrillen als je daar niets mee doet. Welk effect heeft deze tijd op hoe we nu en straks met elkaar omgaan en hoe we ons verhouden tot de wereld? Wat deze periode met zich mee kan brengen is ondanks de sociale afstand, een herwaardering van nabijheid. Het gaat er dan niet zozeer om fysiek dichtbij te komen, maar om de aanwezigheid van de ander in lijf en geest toe te laten.

Door: André Platteel

 

Camus’ De Pest is bij boekhandels uitverkocht. Tientallen keren heb ik het boek voorbij zien komen op TV en in kranten om de huidige crisis van betekenis te voorzien. Als voorbeeld voor hoe we reageren als ons iets overkomt waar we ons hoofd niet omheen kunnen vouwen: gelaten eerst, dan het ontkennen, vervolgens verbaasd zijn dat het toch gebeurt, om je daarna verbonden te gaan voelen om samen sterk te zijn, wat weer later uit overlevingsdrang kan omslaan in wantrouwen (wie kan mij besmetten, blijf uit mijn buurt). En dat kan dan weer leiden tot agressie of bewegingsloosheid, al naar gelang de positie die je tot de ander hebt. Maar wat naar mijn gevoel veel interessanter is dan die met angst geladen verbondenheid, en het daaruit onvermijdelijk openbarstende wantrouwen, zijn de twee ‘uitwegen’ die in de kantlijn van het boek meelopen:

 

Laven aan schoonheid

Het verhaal van Camus gaat over een groep mannen die probeert de epidemie in hun stad te lijf te gaan. Een van de meest opvallende figuren is een ambtenaar die ook bezig is met het schrijven van een boek. Terwijl geliefden en bekenden die ze te hulp schieten onder hun handen ziek worden en sterven, vertelt de ambtenaar over de beginzin uit zijn boek waar hij maar niet uitkomt. Hij vraagt zijn vrienden om reflectie. Het is een onbenullig zinnetje: over een mooie zonnige dag in mei waarop een amazone op een vos door de lanen van Bois de Boulogne rijdt. Het zinnetje loopt niet en is kitsch. Dat weet de ambtenaar ook. Hij wil zo graag een literaire openingszin creëren die hem onsterfelijk zal maken. Moet het wel een amazone zijn of gewoon ‘vrouw’? Is een vos niet raar? Is ‘lanen’ niet een te generiek begrip, moet de omgeving soms gedetailleerder beschreven worden?

 

Het is de uitnodiging om samen iets te creëren dat kracht en verbondenheid geeft, ook onder bizarre omstandigheden.

 

Met zijn vrienden scherpt hij onder barre omstandigheden het zinnetje aan. Het geeft lucht en verlichting in de strijd die ze tegen de pest voeren. Alsof die ene triviale zin hen erdoorheen sleept, hoop geeft, hun zenuwstelsels tot rust brengt. Alsof het zinnetje hen laat pendelen tussen de beklemmende realiteit en de mogelijkheid om onder elke omstandigheid iets nieuws te kunnen creëren, waardoor de dodelijke realiteit leefbaar blijft. Het gaat er niet om dat de mannen hun vriend helpen het boek te schrijven dat er waarschijnlijk toch nooit gaat komen, of om een literaire zin op papier te krijgen; het is de uitnodiging om samen iets te creëren dat kracht en verbondenheid geeft, ook onder bizarre omstandigheden.

 

Nog niet zo heel lang geleden – al lijkt dat nu uit een ander tijdperk te stammen – interviewde Robin en ik een socioloog in Mexico-stad. Roger Bartra’s oeuvre draait om ‘bewustzijn’: Hoe ervaren we wie we zijn en onze plek in de wereld? Volgens Bartra zit het bewustzijn niet in onszelf maar komt het tot stand doordat we iets met elkaar creëren. Hij noemt dat het exo-brain: we hebben de buitenwereld nodig om ons leven van betekenis te voorzien. En dat doen we door met elkaar de buitenwereld vorm te geven.

 

Maar wat als je niet bij elkaar kunt zijn om iets te creëren en de buitenwereld plots een no-go-area is geworden? Juist dan is volgens Bartra creatie een essentieel middel om te zoeken naar nieuwe mogelijkheden waarin fysieke afstand niet leidt tot sociale verwijdering. Volgens Bartra is ons bewustzijn slim en kan het ook virtueel connecties maken. ‘Misschien gaan we wel toe naar een totaal andere wereld,’ schrijft Bartra als we hem per mail vragen op een aanvulling op ons interview, nu de wereld na ons bezoek zo veranderd is. ‘Gaat de virtualisering van de samenleving nu in sneltreinvaart en zijn we gedwongen te accepteren dat afzondering de nieuwe realiteit wordt. Artificial Intelligence zal zorgen dat ons bewustzijn connecties maakt die echt contact gaan simuleren. Welke vorm dat heeft, kunnen we ons nog niet voorstellen, maar ons brein is slim genoeg om daar een creatieve vorm voor te vinden.’

 

Bartra’s opmerking over een wereld die verder virtualiseert, voelt me teveel als de science fiction film High Life, waarin een stel afgezonderd van elkaar in een spaceship verblijft. Weg van de wereld en weg van elkaar. Daar kan ons brein toch geen genoegen mee nemen of wel?

 

Het reële herwaarderen

De filosoof Baudrillard zet uiteen dat we waardevolle menselijke processen proberen te vangen in symbolen en nagebootste ervaringen. We denken dat we daarmee refereren aan iets werkelijks, maar dat is niet zo. We hechten zoveel waarde aan die symbolen en nabootsingen dat ze in betekenis los komen te staan van de werkelijkheid. Ze refereren nog slechts naar zichzelf, hebben zich ontdaan van de werkelijkheid. Baudrillard noemt die ervaringen en symbolen simulacra. Wat wij als de reële wereld beschouwen is volgens hem allang door ons virtueel gemaakt. Ik las ooit dat bezoekers van het Venice Hotel in Las Vegas de nagebootste kanalen en de tocht daar met de gondola fijner vonden dan hun bezoek aan de stad Venetië: het water stonk niet en je werd door de schippers niet afgezet. Ik ben wel eens in Venetië geweest, en heb ook het hotel in Las Vegas opgezocht; elke vergelijking tussen het hotel en de stad Venetië gaat mank, het doet in beleving iets heel anders. Het hotel is een simulacrum.

 

In Camus’ De Pest zit een verhaallijn waarin iemand door isolatie zijn geliefde niet kan bereiken en daardoor op zoek moet naar een alternatieve vorm om nabijheid te ervaren. Het gaat om een journalist die vlak voordat de epidemie uitbrak over een totaal ander onderwerp wilde schrijven. Als de pest in het stadje uitbreekt, wil hij weg, naar zijn net ontmoette geliefde. Maar de quarantaine maakt dat onmogelijk. Brieven sturen kan wel, maar dat vindt hij geen recht doen aan zijn liefde voor haar. Dat voelt voor hem als een nabootsing van zijn verlangen. Hij gaat op zoek naar mensen die hem kunnen helpen ontsnappen. Maar als hij eenmaal op de hoogte raakt van het werk van de mannen die hun standgenoten onder bizarre omstandigheden proberen te helpen, staakt hij zijn pogingen. Hij voegt zich bij hen, wat ook een vorm van liefde op gang brengt: niet tussen geliefden, maar in vriendschap en in ‘er voor de Ander willen zijn’.

 

Camus was naast schrijver vooral filosoof. Volgens hem was de werkelijkheid absurd. Je kan er geen vat op krijgen, geen controle over voeren. Eigenlijk zegt Camus net als Baudrillard: je kunt de werkelijkheid niet vangen in symbolen en nabootsingen. Wat volgens Camus de enige remedie tegen absurditeit is, is vriendschap en liefde. Nabijheid.

 

Als het om sociale omgang ging, was ik een Las Vegas toerist, zo besef ik nu. Uit angst voor sociaal ongemak had ik mezelf wijsgemaakt dat ‘appen’ een perfecte simulatie was van echt contact.

 

De fysieke afstand die we nu tot anderen moeten bewaren, overbruggen we niet zozeer met een brief maar vooral met apps: FaceTime en Zoom. En soms net als de journalist in De Pest door ‘goed’ te doen voor anderen. Voorheen vond ik digitaal contact een perfect alternatief: efficiënt, minder ongemak, beter te controleren… eigenlijk zoals de bezoekers hun Las Vegas hotel waarderen: het geeft minder gedoe dan naar Venetië afreizen. Maar als ik nu FaceTime, word ik me er juist van bewust dat het contact bij lange na geen vervanging is van fysiek contact. In afwezigheid van de mogelijkheden tot fysiek contact, degradeert ook de waarde van het virtuele. Het digitale contact is een simulacra.

 

Als het om sociale omgang ging, was ik misschien regelmatig een Las Vegas toerist, besef ik nu. Uit angst voor sociaal ongemak had ik mezelf wijsgemaakt dat ‘appen’ een perfecte simulatie was van echt contact. En als ik dan toch in nabijheid van anderen verkeerde, kopieerde ik de mechanismen van het virtuele, om ongemak te reduceren en controle te behouden: korte ontmoetingen, niet teveel prijs geven, grote lijnen uitwisselen – symbolische ontmoetingen. Die 1,5 meter afstand was er eigenlijk ongemerkt altijd al, misschien niet fysiek maar toch zeker mentaal. Echt nabijkomen, iemand echt nabij laten, daar zette ik het liefst een (be)scherm(ing) tussen. ‘Het reële’ werd zo een simulacrum.

 

Onbegrensd samenzijn

Het reële verwijst naar de psycholoog Lacan. Volgens die eigenzinnige denker is het reële een ervaring die niet te vatten is in taal, een werkelijkheid die niet begrensd is (door een scherm of tijdsduur): het is de onmiddellijke ervaring van het geheel dat altijd ongrijpbaar zal blijven.

 

Wat deze periode met zich mee kan brengen is een herwaardering van het reële: die nabijheid ervaren. Het gaat er dan niet zozeer om, om fysiek dichterbij te komen, maar de nabijheid in lijf en geest binnen te laten.

 

Wat deze periode met zich mee kan brengen is een herwaardering van het reële: nabijheid toestaan. Het gaat er dan niet zozeer om fysiek dichtbij te komen, maar om de nabijheid van de ander in lijf en geest binnen te laten. Dat heeft niets met afstand te maken, merk ikzelf, maar met de bereidwilligheid ongemak en ongenoegen te accepteren, en het verlies aan controle toe te laten, voorbij het symbolische gebaar te willen gaan, zodat er in het contact tussen mij en de ander iets kan ontstaan wat groter en ruimer is dan ik met mijn hoofd kan bedenken of met mijn gevoel kan beschrijven. Als ik dat in fysieke nabijheid doe, dan is het effect daarvan velen malen groter dan virtueel, omdat er niets bemiddeld wordt, er geen technologische processen of symbolieken in de weg zitten.

 

Vertraging, veiligheid, vertrouwen en verbinding.

Welke effecten de huidige tijd zal gaan hebben op het reële, dat weet ik niet. Maar straks, zal het verleden, deze tijd, zijn sporen nalaten in wat komen gaat, dat kan niet anders. Dat we er als vanzelf beter uit gaan komen, er meer verbondenheid zal zijn is misschien een al te voorbarige conclusie. Mensen zijn geliefden verloren, banen kwijtgeraakt, ondernemingen en daarmee dromen zijn uit elkaar gespat. Gezinnen die het toch al moeilijk hadden zijn verder onder spanning komen te staan. En er is angst, niet alleen fysiek maar psychologisch zal de genomen afstand tot de ander nog wel even doorwerken. Hoe transformeer je al die gebeurtenissen tot het ‘goede’? Verandering begint vaak met een shock, die vervolgens nog lange tijd kan natrillen als je daar niets mee doet. Wat nodig is om die trilling te transformeren zodat er een meer liefdevolle en verbonden wereld zou kunnen ontstaan, is naar mijn idee: vertragen, vertrouwen, veiligheid en verbinding.

 

Vertragen, zodat we niet in volle versnelling vooruitgaan en het business-as-usual wordt als de crisis voorbij getrokken is. Andere waarden kunnen aan de oppervlakte komen. In termen van Camus: liefde en vriendschap als ‘wapen’ tegen het absurde. Veiligheid is nodig om het symbolische universum dat we als bescherming gebruiken, te laten zakken, zodat we kunnen ontspannen en de wereld niet langer zien als iets dat veroverd hoeft te worden. Vertrouwen zorgt dat we met anderen in beweging komen om tot gezamenlijke groei te komen. En verbinding begint met de scherpte van onze blik, in het zien en erkennen van de ander als iemand die je positief kan besmetten, met ideeën, en met het verruimen van je geest en met warmte in je lijf.

 

Hoe die begrippen exact ingevuld gaan worden zal voor iedereen anders zijn. Wat Bartra ons vertelt is dat we ons creatieve vermogen daarvoor moeten aanwenden. En wat Camus beschrijft is dat verbondenheid begint met iets triviaals: in het herschrijven van een openingszin die nu misschien nog nergens op lijkt. Niet om te komen tot een perfect, utopisch verhaal, maar om met elkaar iets nieuws te openen: ‘Op een mooie morgen in mei snelde een slanke amazone op een vos door de lanen van het Bois de Boulogne…..’

 

//

 

Als het weer mogelijk is bij elkaar te komen (ook als dat met 1,5 meter tussenruimte is) organiseren we Your Labs waarin we met een team aan vooruitstrevende denkers en creatieven aan de slag gaan. De toon van onze programma’s zal in het teken staan van creatie: Hoe kunnen we met elkaar een wereld vormgeven waarin we ons met elkaar verbonden blijven voelen.

 

 

Deel dit artikel: