Wil je iets snel doen of wil je iets goed kunnen doen? Om iets goed te kunnen, moet je het doorleven, ervaren. Filosofieën hebben de neiging van het leven een raadsel te maken. Maar het leven kun je niet oplossen, dat moet geleefd worden. Dat lukt als je vertraagt, als je goed waarneemt, ziet voorbij wat direct zichtbaar is. Dan ga je ontdekken hoe alles verbonden is. En kun je jouw kwaliteiten verfijnen tot meesterschap. Met die doorleefde kwaliteit kun jij bijdragen, aan de groei van jezelf en de wereld om je heen.

 

Door: André Platteel

“De trein reed door de lange tunnel over de grens het sneeuwland in. De aarde lag blank onder de nachthemel.” Dat zijn de eerste twee zinnen van een boek dat ik opensla in de supersnelle trein die me in iets meer dan twee uur van Tokyo naar de Japanse Alpen moet brengen, en waar ik een top-chefkok zal interviewen. Ik kan me niet goed concentreren, er is buiten teveel te zien. Kersenbomen staan in bloei: de avondblauwe hemel bloedt lila en roze. Als ik bij het stationnetje aankom en naar het beeld van een gigantische Geisha loop, waar me gevraagd is te wachten om opgehaald te worden, dwarrelt er geen bloesem meer maar sneeuw uit de nachthemel. De trein heeft de seizoenen aan elkaar geregen.

 

Een week ben ik nu al in Japan, maar de werkelijke tijd ben ik verloren. En niet alleen doordat seizoenen in twee uur tijd naast elkaar komen te liggen. Waar de technologie een mega-snelheid bereikt, lijkt het tempo van de mensen juist vertraagd, ook eerder in Tokyo. Geen getoeter van auto’s, geen geschreeuw van lallende mensen, geen sirene van politie of brandweer gehoord. Alsof iemand van bovenaf het geluid heeft teruggedraaid waardoor alles in tempo vertraagt. Geluid en tempo hangen klaarblijkelijk samen, zoals dat ook gebeurt als het sneeuwt, merk ik nu. Het kan overigens net zo goed mijn perceptie zijn, want over vertraging en verstilling gaan de interviews die ik in Japan afneem. En wat je interesse heeft, dat word je realiteit.

 

Als ik in het hotel aankom staat de volledige staf me buiten in de sneeuw op te wachten, ze buigen diep, voorhoofd haast tegen de knieën. Een yogi zou er spontaan het schaamrood van op de kaken krijgen. Bij binnenkomst krijg ik ander schoeisel aangereikt op een manier alsof het een brief van de koning betreft. Ik neem de sloffen aan, wankel, voel me lomp, en niet alleen door de schoenenwissel. In elk contact met Japanners is er die nederige houding. Maar er lijkt daarin ook iets van superioriteit mee te komen. Alsof je getoond wordt dat jij zoveel aandacht en nederigheid nooit aan de dag zult kunnen leggen.

 

In Tokyo bijvoorbeeld vroeg ik twee keer de weg. Eén keer maakte iemand een gedetailleerde map, een heus kunstwerkje dat ik bij terugkomst zal inlijsten. En een andere keer liep de Japanse man na mijn vraag helemaal met me mee, zeker een half uur door kronkelsteegjes, en bedankte me bij aankomst dat ik hem naast me had geduld. Het leek alsof ik getest werd: kun je zoveel aandacht en gedienstigheid wel aan? De diepe buigingen kregen me op de knieën. Maar ik heb de afgelopen dagen geoefend, rek en strek oefeningen, en zojuist boog ik bijna even diep en lang, en wat de sloffen betreft, die heb ik aangenomen als een koning. Wel in alle bescheidenheid natuurlijk.

 

 

Het hotel waar ik nu verblijf is opgezet door een Japanse ondernemer die uitgever was van ‘food-magazines’. Toen de advertentiemarkt kelderde, besloot hij verlaten boerderijen tot hotels om te bouwen, met geweldige chefs achter het vuur die met lokale, vaak uit het oog verloren ingrediënten koken. De magazines zijn teruggebracht tot dagboeken met daarin de bevindingen van die chefs. En de ingrediënten (kruiden, berggroenten en hoogwaardige rijst) kun je via een website bestellen of na een bezoek aan een van de hotels meenemen. Het hotel heeft maar een paar kamers, niets overbodig en toch niet karig. En er zijn baden met water uit een natuurlijke geiser, ‘onsen’ – mannen en vrouwen gescheiden. Op een krukje schrob je eerst je lijf schoon voordat je het vulkanische gemineraliseerde bad in mag. In het mannen-bad is niemand. Ik neem de tijd, schrob het aangekleefde Tokyo van me af en drijf met de stroming van het bad mee, het buitengedeelte in. Het is al nacht, maar de hemel geeft licht door het sneeuwlandschap.

 

Ruimte

Het interview vindt plaats tijdens het ontbijt dat in zes gangen komt, kleine hapjes met smaken die ik niet kan thuisbrengen, maar mijn lijf klaarblijkelijk wel: dat geniet en begint te stralen. De chef-kok werkte ooit in de uitgeverij, zoals iedereen hier in het hotel. DTP-ers, drukwerkspecialisten en journalisten runnen nu de keuken en het restaurant. Als team gaan ze ‘s-ochtends om vijf uur op avontuur de bergen in om groenten te plukken. Ze hebben de grootste lol met elkaar. Dat zal ik de volgende dag zelf ervaren.

 

“Mijn meester is een driesterren-kok,” begint de chef-kok na een korte verstilde buiging waarin haar bovenlichaam horizontaal bleef hangen en de ruimte overbrugde tussen mij en haar. Zouden de buigingen misschien een ode zijn aan ruimte, bedenk ik me ineens, in plaats van een geste naar de ander: de tussenruimte als veilig plek om er samen in te kunnen ontdekken?

 

De chef-kok heeft een sereen gezicht, ze is halverwege de veertig, maar haar ogen stralen eeuwige jeugd. “Voorheen was ik werkzaam bij het magazine. De directeur wist dat ik van koken hield en heeft mijn meester met mij in contact gebracht. Jarenlang ging ik bij hem in de leer. Toen mocht ik hier de keuken leiden. En plots kreeg ik er nog een stel extra meesters bij: de oude vrouwen uit het dorp, met de kennis van generaties die in dit sneeuwland hebben weten te overleven. Ik kom hier zelf niet vandaan. Wist ook niet welke berggroenten eetbaar zijn en hoe je ze moet bereiden. De vrouwen weten dat wel. Als ik terugkwam uit de bergen met manden groenten, reed ik direct naar het openbare badhuis en vroeg de vrouwen tijdens het baden om advies. Zo ben ik me hier thuis gaan voelen.”

 

Leidinggeven vind ik een vreemd begrip. Mensen moeten zichzelf kunnen leiden. Mijn enthousiasme raakt hen aan. Als dat niet gebeurt, gaat iemand iets anders doen. Dat is ook goed.

 

Meesterschap

De eerste gerechten worden in rap tempo uitgeserveerd. Ze vertelt over het belang van de volgorde van de gerechten, de temperatuur. Over de pottenbakker met wie ze bevriend is, en daarmee het belang van de opmaak van de gerechten. Over het bereiden zelf. Alles draait om aandacht, schoonheid, concentratie. En dat alles gaat voorbij de grens van perfectie zoals ik die ken. Het lijkt allemaal met het grootste gemak te gebeuren. “Leidinggeven vind ik een vreemd begrip. Mensen moeten zichzelf kunnen leiden. Mijn enthousiasme raakt hen aan. Als dat niet gebeurt, gaat iemand iets anders doen. Dat is ook goed.” Het gesprek komt op de directeur die de moed had zijn hele bedrijf om te gooien: van inkt naar bergen, van verhalen op papier, naar levensverhalen. Iedereen kreeg de kans zich om te scholen. En ze kregen tijd. En vertrouwen. Dat past in de traditie van wat leren hier inhoudt: de tijd nemen, dingen laten rijpen, en vertrouwen krijgen van een meester. “Het gaat niet om dingen snel doen, maar de dingen goed te doen. Daarin is de verfijnde ervaring van een meester onontbeerlijk. En het respect voor het proces: wil je iets goed kunnen, dan moet je geduld hebben en niet te snel willen oogsten.” Ze vertelt dat dat om een bepaalde attitude vraagt: “Het is niet de leerling die zijn meester uitzoekt, maar dat de meester op zoek gaat naar een geschikte leerling: Iemand die bereid is te ontvangen. En dat kan alleen als je ‘de lucht kunt lezen’.”

 

De lucht leren lezen

Als ik verward kijk, legt ze uit: “Werkelijke kennis kan alleen via ervaring tot je komen. Filosofieën maken van het leven een raadsel. Maar het leven kun je niet oplossen, dat moet geleefd worden. Bij een meester in de leer gaan betekent niet dat je moet worden zoals hij, maar dat je weet op te vangen hoe hij tot meesterschap is gekomen. Als je dat ervaart, ontkiemt het meesterschap ook in jou. Dat lukt als je vertraagt, als je goed waarneemt, ziet voorbij wat direct zichtbaar is. Dat is ‘de lucht leren lezen’.”

 

Ik wil verder vragen, maar ze is afgeleid, ze ziet het boek dat ik in de trein las uit mijn tas steken. “Yukiguni!” (‘Sneeuwland’), haar stem octaven hoger. En er direct achteraan: “De geisha bij het station waar ik je vroeg te wachten op de chauffeur, dat is Komako, de hoofdpersoon uit het boek. Het beeld is een eerbetoon aan haar.” Ons gesprek gaat plots niet meer over eten of meesterschap en het belang van geduld en vertraging, maar over Kawabata, de auteur van het boek en de eerste Japanse Nobelrijswinnaar voor Literatuur. Ik voel een zindering, ik had geen idee dat Kawabata de roman in deze omgeving voltooid had. Het verhaal komt ineens heel dichtbij. En misschien wel om een belangrijkere reden dan het toeval dat hij hier het boek geschreven heeft.

 

Filosofieën maken van het leven een raadsel. Maar het leven kun je niet oplossen, dat moet geleefd worden.

 

‘Sneeuwland’ is een dun boekje maar toch kost het even om erin te komen. De zinnen zijn traag. De emoties van de hoofdpersonen zijn verpakt in beschrijvingen van de natuur, in de traditie van de ‘Haiku’. Niets is direct. Meestal vind ik metaforen gekunsteld, maar deze metaforen brengen je niet verder van de realiteit, ze lijken je er juist in te trekken. Daarvoor moet je wel langzaam lezen. De taal is zo compact als de vuistslag van een samoerai. Het boek gaat over Shimamura, een rijke man uit Tokyo die zijn vrouw en kinderen in de lente verlaat om naar het Honshu-gebergte af te reizen om daar zijn maîtresse te ontmoeten, de plattenlandsgeisha Komako. Komako is verliefd op Shimamura die vooral veel denkt en droomt. Hij filosofeert over de liefde, hij fantaseert erover maar werkelijk liefhebben lukt hem niet. Het is een thema in Kawabata’s oeuvre: Mensen die niet lief kunnen hebben omdat ze zichzelf en de wereld van een afstand blijven observeren en analyseren.

 

Voordat ik weer terugkeer naar Tokyo, ga ik met het team mee de bergen in om groenten te plukken. Struikjes blijken eetbaar, bloemen kruidig en de zwammen verwar ik met bladeren. Op de terugweg zetten ze me af bij het station. Maar ze hebben eerst nog een verrassing: we stoppen bij het hotel waar Kawabata zijn ‘Sneeuwland’ voltooide. Het hotel is nu ook museum. Met een haperende roltrap word ik naar Kawabata’s kamer geleid, na eerst vijfduizend yen te hebben betaald. De kamer is klein: een stoof voor thee, wat kleren op een rekje, tatami. De schrijver lijkt even een ommetje te maken en zo terug te kunnen keren. Maar buiten zijn kamer is die indruk meteen weg, is Kawabata geconserveerd. Een vitrine met handgeschreven teksten, eerste druk boekomslagen met zijn commentaar erop, en foto’s van de meester zelf: grote donkere ogen, grijs naar achteren gekamd haar, zijn handen rusten op vrijwel elke foto tegen zijn hoofd, niet andersom. Ik blijf lang naar hem kijken, gefascineerd door zijn blik die vanaf iedere kant iets anders zegt: meedogenloos en liefdevol tegelijk. Ik word van beide rustig.

 

Ik neem de trein terug en denk aan Shimamura de onmachtige filosoferende man in ‘Sneeuwland’, die aan het einde van het boek ook de trein terug neemt naar Tokyo. Hij heeft dan afscheid genomen van Komako en voelt tranen opkomen. Hij wijdt de tranen die over zijn gezicht rollen aan zijn vermoeidheid. Hij heeft zijn liefde verloren, en door zijn ge-theoretiseer misschien wel veel meer: zijn hele leven is slechts abstractie. Hij heeft de lucht niet leren lezen. Ik ben niet vermoeid, mijn lijf is uitgerust. Ik denk terug aan mijn ontmoeting met de chef. “We zijn afgesneden geraakt van de planten,” had ze eerder in de bergen nog tegen me gezegd. Haar poezië past bij ‘Sneeuwland’. Wat je niet beet kunt pakken, daar ligt essentie. Je kunt dat in elke vezel van je lijf ervaren. De sneeuwbergen verdwijnen, Tokyo zal snel in zicht komen, de wortels die hier geschoten zijn zal ik verbonden houden met die van de planten. En intussen kijk ik naar buiten, naar de lucht. En lees.

 

////

 

Your Lab organiseert ervaringsgerichte programma’s waarin je leert te vertragen. Je gaat ervaren hoe alles met elkaar verbonden is en ontdekt hoe je met jouw unieke kwaliteiten kunt bijdragen aan de groei van jezelf en de wereld om je heen. Het eerstvolgende programma is een vijfdaagse retraite in Nederland. En we starten in september een nieuw Jaarprogramma. In oktober is er een Leiderschapsretraite in Italië.

 

 

Deel dit artikel: