We leven in een open maatschappij. En toch lijkt die openheid niet de gewenste vrijheid en ontwikkeling op te leveren. De individualisering die met vrijheid is meegekomen, heeft ons opgesloten in onszelf. Het lijkt steeds lastiger om creatief te reageren op vraagstukken die enorme urgentie hebben. We hebben moeite gezamenlijk een wereld vorm te geven waaraan we zinvolle betekenis kunnen ontlenen en die tot groei voor iedereen leidt. Toch ligt die uitdaging er! Het begin ervan ligt voor de hand: open staan voor het hier en nu zodat we ons weer kunnen verwonderen. Over wie we werkelijk zijn en onze verbondenheid met anderen. Daarin ligt de opening om gezamenlijk de samenleving opnieuw te kunnen vormen.

Vanuit verwondering naar een open maatschappij

Door: André Platteel

 

The Handmaid’s Tale is een boek dat Margaret Atwood dertig jaar geleden schreef en net onheilspellend actueel verfilmd is tot een televisieserie. In flashbacks maak je kennis met een groep mensen in het moderne Boston. Ze hebben goede banen en werken aan mooie projecten. Ze ontmoeten elkaar in koffiebars en in het weekend gaan ze met elkaar uit en worden ze dronken. Ze hebben elkaar lief en experimenteren met seksualiteit. Ze doen aan yoga en ze mediteren. Ze scherpen hun gedachten door te lezen en met elkaar in discussie te gaan. Precies zoals je dat van moderne mensen in een stadse omgeving kan verwachten. Het schokkende is dat die beelden flashbacks zijn. Amerika is inmiddels veranderd in een totalitaire samenleving waarin je geacht wordt te leven naar de letter van het Oude Testament. Mensen zouden door immoreel gedrag zijn afgedwaald en moeten gecorrigeerd worden. Spionnen melden overtredingen aan een autoriteit die onzichtbaar blijft maar wel direct tot actie overgaat: critici worden verhangen aan de hoge muur die opgetrokken is als grens met buurlanden. Vrouwen worden in deze nieuwe samenleving ‘beschermd’. Ze mogen niet meer werken of studeren en bekleden geen officiële posities. Het gezin is hoeksteen van de samenleving en vrouwen moeten vooral baren. Dat is niet eenvoudig, want de meeste vrouwen zijn onvruchtbaar. Als ze wel vruchtbaar zijn, worden de vrouwen ingelijfd en tot lopende baarmoeders gemaakt. Alles en iedereen wordt in deze samenleving tot object gemaakt, ook de geboren kinderen, een schaarste product en dus een gewild export artikel.

 

Ik vond het een ongekend beklemmende serie. Je denkt net als de hoofdpersonen: dat kan nooit hier gebeuren. We hebben immers eeuwenlang gevochten voor vrijheid, gelijkheid en individuele ontplooiing. Dat kan je niet zomaar ontnomen worden, zeker niet in een democratie. De hoofdpersonen lachen de eerste conservatieve, nationalistische wetten dan ook weg. Totdat er met scherp op de ‘verwerpelijke liberale stedelingen’ geschoten wordt en ze met geweld en leugens worden onderworpen aan een regime waarin alle verworvenheden van de moderne, open maatschappij in een klap worden weggevaagd.

 

Je kunt de makers van de serie een goed gevoel voor timing niet ontzeggen. In tal van de landen om ons heen worden er maatregelen genomen die lijken op die in de serie: terug naar religieuze traditionele waarden, muren bouwen, media aan banden, en het volk ‘zuiveren’. Er ontstond bij het kijken een gevoel van verwarring: de open samenleving staat op spel. En niet alleen door conservatieve, nationalistische stromingen die overal opduiken. Wat tot me doordrong is dat de open maatschappij waarin wijzelf nu leven, misschien wel niet zo open is als hij zich voordoet en dat verder gaan op de huidige weg ook geen optie is. Terug naar conservatief nationalisme is een recept voor facisme. Verder gaan zoals we nu doen kan ook niet. Maar wat dan wel?

 

We zullen met elkaar aan de slag moeten gaan om met iets totaal nieuws te komen, ondanks onze verschillen. Of misschien beter: door gebruik te maken van onze verschillen.

 

We are in it together!

De invulling die democratie aan een open maatschappij heeft gegeven, is toe aan een grondige revisie. De huidige democratie stamt uit de Verlichting, een tijd waarin mensen zich onderdrukt voelden en op zoek waren naar bevrijding. Democratie wilde die bevrijding geven in de vorm van gelijkheid, erkenning, vooruitgang en samenhang. Democratie is inmiddels in een ander daglicht komen te staan: het succes ervan wordt niet langer gemeten in menselijke waarden, maar wordt afgemeten in het bruto nationaal product, in de ratings van banken en in schaarse grondstoffen. Democratie is een businessmodel. En politici gedragen zich veelal als opportunistische ondernemers die de realiteit oppoetsen of verdraaien om meer stemmen te krijgen. Dit trekt een wissel op alles en iedereen. Niet alleen de aarde zucht en puft, maar wijzelf ook: met een enorme toename van burn-outs, depressies en angstaanvallen. En alsof dat nog niet genoeg is, daagt deze tijd ons ook uit om oplossingen te vinden voor complexe vraagstukken die bestaande denkkaders laten barsten. We komen erachter dat alles met alles samenhangt. Ecologie heeft effect op migratie, migratie op economie, economie op onze omgang met elkaar. En deze thema’s kunnen allemaal kriskras met elkaar verknoopt worden. Dit allesomvattende web, kan niet door conservatisme en met muren bedwongen worden. We are in it together!

 

We zullen dus met elkaar aan de slag moeten gaan om met iets totaal nieuws te komen, ondanks onze verschillen. Of misschien beter: door gebruik te maken van onze verschillen. Het is zo klaar als een klontje dat we onze economie zullen moeten verduurzamen en dat daarvoor innovaties nodig zijn die een globale impact zullen hebben. Hier verduurzamen en daar vervuilen werkt niet. Ondernemers, wetenschappers, burgers en politici zullen met elkaar moeten samenwerken, over eigenbelang en landsgrenzen heen. Dat vraagt om open dialogen. Om dat te kunnen ligt er eerst nog een andere opdracht, die veel dichterbij ligt: we zullen onszelf moeten openstellen zodat er ruimte voor verwondering ontstaat. Dan kunnen we zien wat er werkelijk aan de hand is, niet verstoord door angsten, vooroordelen of zelfgenoegzaamheid. Vanuit verwondering is het mogelijk contact met het hier en nu te krijgen en kunnen we de onderstroom oppakken die ons met elkaar verbinden. Op die manier kunnen we gezamenlijk tot innovatie komen die leidt tot groei, voor alles en iedereen.

 

Plots voelt alles niet zo groot en bedreigend meer. Kunnen we de opdracht die deze tijd ons geeft, zien als een avontuur?

 

 

 

Opnieuw beginnen

Openheid begint bij verwondering. De Grieken hadden daar een mooi woord voor: archè, dat ‘begin’ betekent: iets kunnen zien alsof dat voor het eerst is. Ze gebruikten dat woord niet voor buitengewone gebeurtenissen, maar voor het alledaagse. Kunnen we ons verwonderen over de dingen die zo nabij zijn? Ik moet denken aan een regel uit een gedicht van Getrude Stein: ‘Rose is a rose is a rose is a rose’. Als we een roos zien, kunnen we die roos dan ervaren zonder allerlei associaties van eerdere rozen erop los te laten? Best lastig. Het lijkt alsof het verleden over onze schouder het heden becommentarieert. Bij een roos is dat misschien niet zo erg, maar het gaat om het mechanisme: we doen het ook bij mensen, hele bevolkingsgroepen, en overigens ook bij onszelf. Zo houden we alles en iedereen gevangen in een vervormd verleden. En dat maakt het onmogelijk de relatie tot onszelf en anderen te vernieuwen. Open zijn voor het hier en nu vraagt om aandacht, concentratie en vertraging. Die gevoeligheden zijn schaars in een wereld waarin alles lijkt te versnellen. Maar je kunt ze wel oefenen, en dat is juist nu essentieel.

 

Als je openstaat voor het hier en nu, dan licht de realiteit anders op. Er komt meer informatie tot je. Dingen waar we normaal aan voorbij gaan of die niet zo gemakkelijk zichtbaar zijn, komen plots aan de oppervlakte. Je hebt de beschikking over meer en verfijndere informatie. Sherlock Holmes loste mind breaking cases op door aandachtig op te merken wat níet gebeurd is maar wel logisch was geweest. Een jazzmuzikant valt in een goede jamsessie samen met alles waardoor hij in een flow komt, versmelt met andere muzikanten en verwondert zich over de vernieuwende composities die daaruit ontstaan. Darwin kon urenlang observeren zonder voorbarige conclusies te trekken en stuitte zo op de evolutieleer. Mensen als Mandela en Luther King konden de tijd zo raken, dat ze er hele bevolkingsgroepen mee in beweging hebben gebracht met gigantische transformaties als resultaat. En van ondernemer Elon Musk is bekend dat hij vanuit pure aanwezigheid ruimte maakt om ideeën te ontvouwen die nog niet eerder bedacht zijn: alsof hij de toekomst uit een aandachtig heden opvist. De lijst met vernieuwende denkers en leiders die vanuit aandachtigheid leidden en innoveerden, kan eindeloos worden aangevuld. Niet voor niets betekent archè ook vooropgaan, leiden.

 

Open kunnen staan voor het hier en nu om vanuit verwondering vernieuwing te initiëren, wordt lastiger als ervaringen overweldigend zijn. In angstige situaties gaat ons brein in overlevingsstand: we vluchten, vechten of bevriezen. Het lukt ons maar moeilijk om de effecten van die overlevingsstand in ons brein weer te kalmeren, ook al is het gevaar allang geweken. Iemand die diepe angst en onveiligheid heeft gevoeld, beziet elke nieuwe situatie door een vernauwde blik. Hij ziet een door angst ontkleurde realiteit. Van openheid kan geen sprake zijn.

 

Het zijn niet langere heftige gebeurtenissen alleen die ervoor zorgen dat we in overlevingsstand raken. We leven in overweldigende tijden, met complexe, grote problemen die ons angst inboezemen. Het lijkt alsof velen van ons door de huidige maatschappij in een overlevingsstand schieten: op de vlucht (naar het verleden), vechten (tegen vernieuwing) of bevriezen (niet meer weten hoe te handelen). Als dat zo is, dan kunnen we niet adequaat op de realiteit reageren. Is dat misschien de verklaring waarom we behoudend, traag of zelfs helemaal niet in actie komen terwijl deze tijd toch echt om innovatieve acties vraagt?

 

 

 

Intense ervaringen openen ons

De Grieken hadden naast archè nog een andere woord voor verwondering: pathos. Nu wordt dat woord vooral gebruikt voor iets dat te dik is aangezet, hoogdravend is. Maar de Grieken gebruikten het woord als je het vermogen had te kunnen lijden. Door intense gebeurtenissen niet weg te drukken maar te ondergaan wordt ons bestaan verdiept en kunnen we ons daardoor laten verwonderen. Het lijkt lastig om ons open te stellen voor dingen die we als negatief bestempelen. Ik merkte dat ik na twee afleveringen The Handsmade Tale liever voor een andere, meer positieve serie wilde gaan – niet te moeilijk en te zwaar alsjeblieft met al die maatschappelijke thema’s. Op een ander niveau: dingen die mij in het verleden pijn of angst hebben veroorzaakt, heb ik getracht te onderdrukken door me op het positieve te richten. Ik wilde wegvluchten van alles wat negatief was. Maar daar kom je uiteindelijk niet mee weg. Alles waarvan je wegloopt haalt je uiteindelijk als een Usain Bolt in.

 

Het vermijden van het negatieve heeft naar mijn gevoel ook te maken met de huidige ver-economiseerde invulling van de open maatschappij waarin van ons verwacht wordt succesvol te zijn. In de open maatschappij vertelt niemand meer dat je iets moet. Ouders willen vrienden zijn van hun kinderen. Bazen gelijke onder hun teamleden. Politici doen alsof het volk het voor het zeggen heeft. Autoriteit en macht zijn verdacht. Regels worden als elastiek zo rekbaar, en zijn ook nog eens onderhevig aan interpretatie, onderhandelbaar. Ondernemerschap wordt van ons gevraagd, als burger, als werknemer en als consument. En daar ligt precies de crux. We kunnen het falen van ons leven niet langer afschuiven op iemand anders, niet op een doctrine, een baas, een organisatie, niet op onze ouders, God of op de natuur. In de open maatschappij heb je alle mogelijkheid om je potentie vol te kunnen benutten? Succes of falen ligt in je eigen hand. Nou, kom op dan, word dan succesvol! Moeten is ingewisseld voor een nieuw werkwoord: Kunnen. We raken volledig op onszelf gericht. We worden high potentials: ‘Ga er iets van maken, je kunt het!’ Maar die aansporing van anderen is niet nodig. We zwepen onszelf wel op, met het mantra van kunnen, kunnen, kunnen. Dat steeds maar weer moeten werken aan een hoger potentieel van onszelf, maakt ons doodmoe.

 

Wat ik in tien jaar Your Lab trainingen misschien wel het meest geleerd heb, is dat stress, angstaanvallen en burn-out, niet zozeer het resultaat is van druk van buitenaf, maar druk van binnenuit. We hebben onszelf oververhit. Zelfontwikkeling wordt gezien als zelfoptimalisatie. Het ‘ik’ wordt vijand van zichzelf. Daarover klagen is falen. Dus houden we ons mond en werken we nog harder om niet te voelen dat we ons niet goed voelen. Zo wordt het steeds moeilijker om te gaan met tegenslag, met pijn, verdriet of rouw. En dat is pas werkelijk triest. Want juist door intense emoties wel te ervaren, ontwikkelen we compassie voor onszelf en anderen – en kunnen we met elkaar groeien.

 

Wat ik in tien jaar Your Lab trainingen misschien wel het meest geleerd heb, is dat stress, angstaanvallen en burn-out, niet zozeer het resultaat is van druk van buitenaf, maar druk van binnenuit. We hebben onszelf oververhit.

 

Als we alles wat we als negatief bestempelen wegdrukken en alleen successen vieren, dan leven we een ideaalplaatje dat de realiteit naar de achtergrond jaagt. We vervlakken. Kunnen we ons vervlakt als positivo oprecht verbinden met anderen? Kunnen we elkaar nog iets gunnen als we met een onderdrukt maar knagend gevoel van onvrede rondlopen en ons vergelijken met anderen die schijnbaar wel succesvol zijn? En kunnen we ons nog verwonderen als een deel van de realiteit er gewoonweg niet mag zijn?

 

De wereld weer opnieuw ontdekken en herscheppen begint bij verwondering. Dat vraagt de moed te ondergaan wat er werkelijk is. Om aandacht, concentratie en vertraging om onszelf weer in het moment te plaatsen, in de wereld zelf. Opdat we er niet gedachtenvol van ontheemd raken, maar er vanuit ruimte opnieuw betekenis aan kunnen geven – in dialoog met elkaar.

Deel dit artikel: