Knowing with Others

Roger Bartra wordt gezien als een van de meest vooraanstaande sociale wetenschappers van Latijns-Amerika. Twee maanden geleden zocht ik hem op in Mexico-City in zijn werkkamer op de Universidad Nacional Autonoma de Mexico (UNAM). Vanaf het moment dat de receptioniste me via deuren, trappen en gangen naar zijn kamer wijst, herhaalt iedereen die ik onderweg tegenkom zijn achternaam vol respect: U zoekt Dokter Bartra, volg mij maar.

Interview Roger Bartra

Door Robin van den Maagdenberg, Foto’s Marina Denisova

Roger Bartra werd geboren in Mexico-City, zijn ouders waren Catalaans. Een van zijn eerste herinneringen is het gevoel buitenlands te zijn op de plek waar je bent geboren en opgegroeid. Het veroorzaakte een pijn, een diepgeworteld idee van nergens toe te behoren, wat hij tot op de dag van vandaag nog niet van zich afgeschud heeft. ‘Ik was blond, had geen bruine ogen en sprak Catalaans als moedertaal. Ik werd door iedereen gezien als niet van hier.’ Toen hij acht jaar was, verhuisden hij met zijn gezin naar Amerika, waar hij de Spaanse taal verloor en de Engelse taal ervoor inruilde. Opnieuw moest hij omgaan met de vervreemding die daardoor optrad. Een ervaring die volgens hem veel migranten zullen herkennen: In het verlangen om opgenomen te worden in het nieuwe land, moet alles wat herinnert aan het land van herkomst – de moedertaal, die wordt gezien als een teken van de inferieure cultuur, de eigen symbolen en gebruiken – worden vergeten. Ouders leren hun kinderen de nieuwe taal en proberen hun oude identiteit zo van zich af te schudden. Een offer dat wordt gebracht om opgenomen te worden en zo nieuwe kansen te creëren voor de familie. Pas een of twee generaties later gaat er vaak iets knagen, het gevoel dat er iets belangrijks ontbreekt. Het nageslacht van de eerste of tweede generatie migranten gaat vaak weer terug naar de roots, op zoek naar dat stukje identiteit dat ontbreekt.

Bartra ziet bewustzijn niet als een individueel proces, maar als een netwerk van sociaal gedeelde kennis, zoals het woord consciousness in de oorspronkelijke betekenis knowing with others betekent.

De ervaring bracht Bartra op zijn bekendste theorie over het bewustzijn. Waar bewustzijn door neurobiologen hoofdzakelijk wordt gezocht in delen van het functionele brein, combineerde Bartra antropologie, sociologie en neurologie en ontdekte dat het goed mogelijk is dat het bewustzijn elders te vinden is: in het zogenaamde exobrain. Bartra ziet bewustzijn niet als een individueel proces, maar als een netwerk van sociaal gedeelde kennis, zoals het woord consciousness in de oorspronkelijke betekenis knowing with others betekent.

 

Hij vergelijkt het brein met een motor die bij het verwerken van pijnlijke situaties meer werk op zich moet nemen dan het aankan. Om te voorkomen dat het stilvalt, creëert het in Bartra’s woorden een exobrain: een mentale prothese die niet tastbaar is, maar wel concreet. Hij doelt daarbij op sociale en culturele netwerken die nauw verbonden zijn met het brein. Een voorbeeld van zo’n prothese is de taal.

Zo bezien is bewustzijn niet het opmerken van de wereld buiten onszelf, het is eerder dat een deel van die buitenwereld gaat functioneren alsof het onderdeel is van het neurale circuit: de buitenwereld wordt onderdeel van ons.

Bartra’s eigen verhaal is een mooi voorbeeld van dit proces. Als je immigreert naar een andere plek op de wereld en daarbij de acute pijn ervaart van vervreemding, draagt het brein geen directe oplossing in zichzelf voor het verzachten van deze situatie. Maar in plaats van te verlammen of zelfs te overlijden aan pijn, worden er culturele protheses in gang gezet: je leert een nieuwe taal en kan daarmee anderen begrijpen of je neemt de specifieke gebruiken van de nieuwe cultuur over en voelt je daardoor opgenomen in je nieuwe omgeving. Zo bezien is bewustzijn niet het opmerken van de wereld buiten onszelf, het is eerder dat een deel van die buitenwereld gaat functioneren alsof het onderdeel is van het neurale circuit: de buitenwereld wordt onderdeel van ons. Alles wat het brein zelf niet heeft, compenseert het met culturele processen.

 

Bartra ontdekte al vroeg dat deze culturele protheses van levensbelang zijn, om te kunnen compenseren voor het gevoel op de verkeerde plek te zijn of steeds verder geïsoleerd te raken in een wereld die je niet begrijpt. Schrijven werd zijn voornaamste prothese, als kind van een dichter en een schrijver leerde hij al vroeg het belang van de literaire tools. Hij kon al schrijvende alsnog een relatie ontwikkelen met zijn land, zijn omgeving, zijn cultuur, en zo was de prothese een manier om toch in de wereld thuis te horen. Hij stelt zelfs dat mensen die de link met de omgeving niet kunnen vinden in extreme pijn of isolatie zullen achterblijven. Getraumatiseerde mensen bijvoorbeeld, die opgesloten kunnen zitten in hun hoofd of in hun lichaam. De symbolische link met de wereld daarbuiten is een uitweg, maar dan moet je wel de uitgang vinden in het labyrint van pijn.

 

Het gebruik van protheses is niet zonder risico’s. Ook protheses, zoals taal, of technologie kunnen worden ingezet voor andere doeleinden dan voor het creëren van een gedeelde ervaring. Protheses kunnen worden opgeslokt door het kapitalisme, ze kunnen ons zelfs tot slaaf maken. Denk aan de dominerende werking van de smartphone, oorspronkelijk bedoeld voor communicatie wordt het geleidelijk een vorm van afleiding en isolatie. In dat geval werkt een protheses vervreemdend, precies de functie waar het ons voor zou moeten behoeden. Zo kan ook de taal een bron van vrijheid zijn, maar kan het ook een gevangenis creëren. Het stelt ons in staat te communiceren met anderen, maar als je alleen Catalaans spreekt in een vreemde wereld, voel je je ineens een bubbel naast een andere bubbel en kan je de oversteek niet maken.

Het was alsof de prothese van mijn moeder – die ze bewust of onbewust had weggelaten in haar leven in Nederland, en die daardoor ook niet aan mij was doorgegeven – een gat had achtergelaten.

Ik vertel Bartra over mijn moeder die oorspronkelijk Engels is, maar mij in het Nederlands heeft opgevoed. Toch voelde ik me nooit thuis in de Nederlandse taal. Voor een deel van mijn ervaringen kon ik de passende woorden niet vinden. Pas toen ik op reis ging naar Amerika en daar voor een langere tijd achter elkaar Engels sprak, kwam een deel van mij tot leven in die vreemde taal. Het was alsof de prothese van mijn moeder – die ze bewust of onbewust had weggelaten in haar leven in Nederland, en daardoor ook niet aan mij doorgaf – een gat had achtergelaten. Pas toen ik de prothese zelf ging gebruiken, begreep ik waar het gemis vandaan kon komen.

 

Bartra knikt enthousiast, hetzelfde gebeurde hem toen hij terugkeerde uit Amerika naar Mexico en zich niet meer kon uitdrukken in zijn moedertaal. ‘Ik voelde dat de taal zich in mij had gesloten en moest er op een andere manier weer uit breken. Ik ging naar Europa om Frans en Engels te studeren. Een verrijkende ervaring, maar tegelijkertijd voelde ik me zoals de Noord-Afrikaanse migranten zich in Frankrijk moeten voelen: je wordt veracht om het ‘anders’ zijn, je hoort er niet.

 

Bartra deed ook onderzoek naar het thema melancholie, een toestand die overal in de wereld rondwaart en grote invloed heeft op de politiek in Mexico, maar ook in Europese landen waar populistische leiders melancholie dankbaar inzetten als hulpmiddel, om mensen terug te laten verlangen naar een vervlogen cultuur, en daarmee een stop te zetten op de moderniteit. Melancholie is het verdriet om dingen die verloren zijn gegaan, geen tastbare dingen, zoals een familielid, een land of een huis, het gaat om de illusie van verlies. Melancholie doet zich voor als een prothese, een mentaal concept wat een deel van het brein aanvult, maar het is volgens Bartra het tegenovergestelde van een prothese. Het is geen hulpmiddel om ons te helpen met verandering om te gaan, het is een middel om verandering tegen te gaan. Daarmee is het geen medicijn voor gescheidenheid, maar is het de ziekte zelf.

Ons brein is altijd onvolledig, en met een goede reden. We hebben de buitenwereld nodig om onszelf te blijven complementeren, daarin vinden we de verbinding met elkaar.’

‘We hebben het idee dat we onze identiteit moeten beschermen omdat het gevaar loopt. We leven in een wereld waarin veel mensen een nieuwe plek zoeken, door oorlogen, armoede of klimaatverandering, en dat kan het gevoel geven dat jouw land wordt ingenomen en daarmee jouw identiteit. Uiteindelijk zelfs je ziel. Daarom leeft het sentiment op waarbij verloren tradities een nieuw leven ingeblazen worden en oude morele waarden opgehemeld worden. Daarmee snijden we onszelf als het ware af van de betekenis van protheses, de hulpmiddelen die een brug tussen ons en ‘de ander’ vormen en die een nieuwe taal kunnen worden om elkaar toch te kunnen begrijpen. In plaats daarvan trekken we ons terug in datgene wat we denken te kennen. Terwijl ons brein altijd onvolledig is, en met een goede reden. We hebben de buitenwereld nodig om onszelf te blijven complementeren, daarin vinden we de verbinding met elkaar.’

Deel dit artikel: