André Platteel
ESSAY
Onder- en bovenwereld verschillen niet
Still uit de serie Top Boys

Afgelopen maanden raakte ik gefascineerd door de Netflix-serie Top Boys. Dat heeft alles te maken met een project dat we vanuit Your Lab starten in samenwerking met de gemeente Amsterdam, waarin we de kansen van jongeren proberen te vergroten die afglijden naar (drugs)criminaliteit of daar al dik inzitten, om zo een ander meer constructief verhaal mogelijk te maken. De afgelopen maanden hebben we talloze criminologen, filosofen, sociologen over dat onderwerp gesproken. En we interviewden verschillende vrouwen en mannen die in wijken waar veel (drugs)criminaliteit is, informeel leiderschap hebben, veel van dat soort jongens kennen en een positieve invloed op hen hebben. Wat zien zij? Wat is hun aanpak? En hoe kunnen we die informele leiders vanuit Your Lab ondersteunen? Om ons verder te oriënteren keken we talloze documentaires, en ook series, waaronder Top Boys die laat zien dat de onder- en bovenwereld altijd met elkaar verweven zijn, en we daarom allemaal bijdragen aan een systeem waarin sommige gezien worden als slachtoffer en anderen als dader.

Top Boys speelt zich grotendeels af rondom de binnenplaatsen van Summerhouse, een fictieve achterstandswijk in East Londen, waar drugs wordt verhandeld. Er is veel werkloosheid, gezinnen kunnen nauwelijks rondkomen. Jongeren groeien niet alleen op in armoede, maar ook in gebroken gezinnen, met vaders die in de gevangenis zitten en met moeders die uitgebuit worden in rotbaantjes omdat ze geen andere keus hebben, vermorzeld door de bureaucratie, al jaren wachtend op een verblijfsvergunning. De hele buurt bevindt zich in een staat van overleving die geïntensiveerd wordt als geldbeluste makelaars de buurt opkopen. De huizen van Summerhouse worden gereed gemaakt om met woekerwinsten aan succesvolle yuppen te verkopen, die ironisch genoeg hun prestaties niet kunnen volhouden zonder de drugs die eerder in Summerhouse op elke hoek van de straat verhandeld werd.

Drugsdealers Dushane en Sully maken gewiekst gebruik van de onmacht en de armoede. Ze scouten tieners die wat bij willen verdienen om hun ouders bij te staan. Een jochie dat goede cijfers op school haalt en niet verleid wordt door Dushane en Sully, raakt toch betrokken bij drugs als een zwangere buurvrouw hem vraagt te helpen de illegale wietplantage in haar huis te bewateren als zij in de middag als telefoniste aan het werk moet. Een ander jochie dat zich niet met drugs wil inlaten, ziet uiteindelijk toch geen andere mogelijkheid als zijn moeder ontslagen wordt omdat haar verblijfsvergunning nog niet op orde is, er thuis geen eten meer is en ze uit huis gezet dreigen te worden. Weer een ander kind werkt zich op tot drugsdealer als hij zijn vader financieel probeert bij te staan die zijn patatzaak verliest omdat makelaars zijn pand hebben opgekocht en hem uitzetten.

Criminelen en niet-criminelen botsen niet omdat ze van elkaar verschillen, maar omdat ze gebruik willen maken van dezelfde symbolen en faciliteiten.

Alles hangt met alles samen, lijkt Top Boy te willen schetsen. Criminaliteit staat niet op zichzelf, iedereen is erbij betrokken, of we nou willen of niet. Onderwereld en bovenwereld staan niet los van elkaar, maar haken op elkaar in. Dat doet me denken aan een uitspraak van socioloog Bart Brandsma die uiteenzet waarom we niet zouden moeten spreken van een onder en bovenwereld. Criminelen en niet-criminelen botsen niet omdat ze van elkaar verschillen, maar omdat ze gebruik willen maken van dezelfde symbolen en faciliteiten.

De methodes waarop we proberen criminaliteit van ons af te duwen en te isoleren, bijvoorbeeld door het justitiële systeem van straffen door opsluiting, werk in veel gevallen averechts. Criminoloog Marc Schuilenburg die we daarover interviewden (zie ook: interviews) pleit voor een andere methode die hij de weg van positieve vrijheid noemt. Niet langer straffen en belonen maar kansen vergroten en vooral werken aan een samenleving waarin we niet werken met uitsluiting maar met insluiten: erkennen en zien van de ander.

In Top Boys zie je hoe gevangenissen eerder opleidingsinstituten voor professionalisering in criminaliteit zijn: ervaringen worden gedeeld en nieuwe criminele netwerken gesmeed. Maar dat is niet de werkelijke reden waarom er zoveel recidiveren. De dieperliggende frustraties en woede die ten grondslag liggen aan crimineel gedrag worden met straffen alleen maar verder aangezet. Destructief gedrag wordt niet getransformeerd maar geïntensiveerd.

Het gevoel van verraad uit hun vroege kindertijd dat zich heeft vertaald in pijn en woede zit diep in hen verankerd en vertaald zich in geweld en criminaliteit. Maar hun verlangens zijn anders. Ze weten alleen niet hoe ze die verlangens in de wereld moeten zetten.

Dat heeft alles te maken met de verwarring tussen gedrag en persoon. We koppelen slecht gedrag aan het karakter van de persoon zelf in plaats van dat het een handeling is in een specifieke situatie. De hele mens wordt gestraft in plaats van zijn daad. De nietsontziende drugsdealers Dushane en Sully zijn niet tot op het bot slecht. Ze hebben compassie, ze verlangen naar liefde, ze missen een familie, willen een gezin, maar weten niet hoe. Het gevoel van verraad uit hun vroege kindertijd dat zich heeft vertaald in pijn en woede zit diep in hen verankerd en vertaald zich in geweld en criminaliteit. Maar hun verlangens zijn anders. Ze weten alleen niet hoe ze die verlangens in de wereld moeten zetten. Pas als ze mensen ontmoetten die geduld met hen hebben, die hen lief hebben, die zien dat wie ze zijn iemand anders is dan wat ze vanuit onmacht en pijn doen, dan verandert hun gedrag, dan komen ze bij de diepere lagen van hun weggestopte pijn, en kan heling beginnen.

Criminoloog Marc Schuilenburg geeft aan dat er weinig tolerantie is voor geweld. We willen een vitale samenleving met individuele ontplooiing. Maar vitaliteit en veiligheid staan soms op gespannen voet met elkaar. De moderne mens wil vrij zijn om zijn eigen leven in te richten. Die vrijheid vindt de mens prettig, want het geeft hem de mogelijkheid tot zelfexpressie, ontplooiing en experiment. Tegelijk bevalt die vrijheid hem niet, want een volledige vrijheid betekent ook geen zekerheid en veiligheid. Niemand die hem beschermt of helpt. Als een samenleving steeds verder individualiseert, is de roep om veiligheid ook steeds groter. Dat zie je terug in het straatbeeld dat bol staat van bewakingscamera’s, poortjessystemen en trackingsapparatuur die de kans op misdrijven moet verkleinen. Gevolg is dat de mensen in wijken die sterk onder surveillance staan onmiddellijk tot een andere verhouding komen te staan tot de overheid. Ze hebben het gevoel al als potentiële dader te worden beschouwd. Wederzijds wantrouwen wordt gevoed - provocaties nemen toe.

Er speelt nog iets anders mee waarom straffen alleen geen krachtige oplossing is. Ieder mens verlangt naar respect. Jongeren die in de criminaliteit terecht komen hebben respect als geuzenwoord. Respect wordt door hen vertaald als ‘gezien worden’. Ergens is er dus het gevoel niet te worden gezien. Als je dat gevoel hebt, dan ga je het afdwingen. Sommigen doen dat door hard te werken. Anderen door op sociale media te vissen naar erkenning. En weer anderen kiezen de weg van criminaliteit en geweld. Als een maatschappij af wil van criminaliteit dan gaat het niet om straffen en belonen maar om de bereidheid om respect te blijven tonen voor hen die uit onmacht en pijn grijpen naar verkeerde methodes om respect af te dwingen.

NIEUWSBRIEF