André Platteel
ESSAY
Een zee van 'ikken'
Foto van Fellini met actrice Anita Ekberg tijdens de opname van Dolce Vita, 1959

In mijn jeugd gingen we met het gehele gezin altijd op vakantie naar Riccione, een kleine kunstplaats aan de Adriatische zee, vlakbij Rimini. We verbleven in een familie-hotel, waar voornamelijk Italianen kwamen. Ik werd daar voor het eerst verliefd op een Italiaanse meisje dat jaren duurde, met steeds dat vooruitzicht haar twee weken per jaar te kunnen zien. Totdat ze ouder werd en haar eerste Italiaanse vriendje meenam, en ik op haar afknapte door de keuze die ze had gemaakt. Ze was ineens stukken minder leuk nu ze met hem ging. Eén liefde ging niet voorbij, en dat was voor Italiaanse cultuur.

Naast het hotel zat een strandtent die de naam droeg van de eigenaar, Enzo; een lange Italiaanse kerel die niet alleen wist van cappuccino's en Ice cafés maar ook alles van Italiaanse films en literatuur. Hij was dol op Fellini. Hoe kon het ook anders, Fellini groeide op in Rimini. Enzo was ook dol op literatuur, met name va Nobelprijswinnaar Luigi Pirandello die net als Fellini zo kolderiek de menselijke tekortkoming wist vast te leggen. Veel van Pirandello's verhalen gaan over de pose die mensen aannemen (forma noemde hij dat) om iets anders uit te stralen dan ze werkelijk voelen (vita noemde hij dat). Dat brengt ze steevast in de problemen.

In het boek Iemand, niemand en honderdduizend wordt het verhaal verteld van een man die op een ochtend voor de spiegel staat waarop zijn vrouw hem vraagt of hij soms naar zijn scheve neus staart. Vitangelo Moscarda schrikt zich kapot: hoe kan het dat het hem nooit is opgevallen dat hij een scheve neus heeft? Als hij vrienden vraagt zijn uiterlijk te beschrijven, schetsen ze steeds een kenmerk waar hij geen weet van heeft: een wenkbrauw die omhoog staat, een kuiltje in een kin. Als iedereen mijn uiterlijk al verschillend beschrijft, hoe zit het dan met mijn karakter? vraagt Vitangelo zich af. Hij komt erachter dat hij niet één persoon is maar honderdduizenden, in het hoofd van ieder ander weer een nieuw persoon. Als dat zo is, bedenkt Vitangelo, dan heb ik mezelf geweld aangedaan: alle verlangens die niet paste binnen het beeld dat ik vanzelf had, heb ik terzijde geschoven om maar zo consistent mogelijk over te komen. Maar ik heb geen vaste identiteit; ik ben in verschillende relaties steeds een ander persoon.

Eerst probeert Vitangelo het beeld wat anderen van hem hebben bij te stellen. Hij geeft zijn vermogen weg om zijn imago van vrek bij te stellen. Zijn laatste beetje vermogen investeert Vitangelo in een armenhuis waar hij zelf in terecht komt, als hij afstand heeft genomen van zijn vrienden en geliefden die hem niet langer begrijpen. Vitangelo wil niet langer rekening houden met het beeld dat hij van zichzelf heeft maar ook niet met beelden die anderen hem opdringen. Hij wil niet één iemand zijn en ook niet honderdduizend iemanden, hij wil niemand meer zijn. Even licht de realiteit op zoals het nooit eerder heeft gedaan, helder, krachtig en kleurrijk. Vitangelo leeft in het hier-en-nu zonder aan iemand verantwoording te hoeven afleggen: hij voelt zich één met de bomen, de sterren, met de aarde. Maar aan het einde van het boek blijft Vitangelo klagerig achter. Hij mist vrienden en familie. Eenzaam, als iemand die niemand is geworden, sterft hij.

"Het hyperindividualisme wekt de suggestie dat je het leven volledig naar je hand kunt zetten, dat de wereld maakbaar is en we regie hebben over ons leven. Lukt het niet, dan moet je wel een loser zijn."

Iemand niemand, honderdduizend werd in het begin van de vorige eeuw geschreven (1926). In die periode tornt Freud aan het gedachtengoed dat het ik eenduidig zou zijn. Niet alleen in de hoofden van anderen zijn we steeds een ander personen, ook in onszelf huizen er verschillende ikken: we zijn een zee van ikken met daarin verdrongen en gefrustreerde verlangens die op een onbewuste manier ons gedrag zouden bepalen. De rol van een psychiater zou volgens de Freudiaanse traditie eruit moeten bestaan die delen te integreren, tot éen geheel te maken. Dat heeft de afgelopen eeuw een heuse zoektocht op gang gebracht: ergens in onszelf de tekorten opsporen en helen om de ‘echte ik’ die daaronder zou liggen tevoorschijn te toveren. Vrijwel iedereen heeft tegenwoordig een coach, is in therapie of op zijns-zoektocht via een of andere spirituele traditie. We zien onszelf als een verbeterproject dat ons ook wanhopig maakt: frustraties en obsessieve verlangens moeten opgeheven moeten worden. We zoeken naar heling. Maar wat is het eindpunt van dat verbeterproject als we onszelf nooit tot een sluitende éénheid kunnen maken?

Een geheeld persoon zijn wordt in deze tijd vooral opgevat als het communiceren van een ideaalbeeld waarin je gezondheid, geluk en succes uitstraalt. Het hyperindividualisme wekt de suggestie dat je het leven volledig naar je hand kunt zetten, dat de wereld maakbaar is en we regie hebben over ons leven. Lukt het niet, dan moet je wel een loser zijn. Voor tegenslag, verdriet, ziekte of zwakte is geen plek – tenzij dat tot een aantrekkelijke identiteit gemaakt kan worden. Op sociale media houden we het beeld van succes en geluk hoog door de beelden die we van onszelf te pimpen. We worden illusionisten van ons zelfbeeld. De Franse filosoof Beaudrillard spreekt van ‘simulacrum’ een begrip dat hij leent uit de Renaissance toen de adel namaakvoorwerpen gebruikte om zich superieur te kunnen voelen boven het gewone volk.

Een ‘simulacrum’ suggereert dat het een kopie is van een werkelijke gebeurtenis, maar er is geen origineel; de gefotoshopte beelden staan op zichzelf. Om het beeld van geluk en succes voortdurend vol te blijven houden moeten er steeds weer nieuwe simulacra ontwikkeld worden, die mooier, beter, gewiekster in elkaar zitten.

"De ratrace om het geconstrueerde beeld van onszelf vol te houden leidt tot eenzaamheid, frustratie en verdriet."

Volgens psychiater Dirk de Wachter die zitting heeft in de Raad van Advies van Your Lab, leidt de samenleving collectief aan een bordeline syndroom. Het moet altijd up up up. Er is geen plek voor moeilijke en ongemakkelijke emoties die het leven de moeite waard maken. De ratrace om het geconstrueerde beeld van onszelf vol te houden leidt tot eenzaamheid, frustratie en verdriet. We communiceren naar buiten een gelukzalig beeld, een sterk ego, maar van binnen zijn we gebroken, voelen ons leeg. Als je je verlangen voortdurend de positieve richting op wilt sturen dan leidt dat tot ongecontroleerde stemmingswisselingen, instabiliteit en impulsief destructief gedrag - bordeline times indeed.

Door ons te spiegelen aan anderen creëren we ons eigen identiteit. Als we jong zijn aan onze ouders, en daarna wordt het blikveld ruimer, vrienden, geliefden, rolmodellen, media, politiek. Het draait steeds om twee krachten: willen versmelten met de ander of je er tegen afzetten. Door te spiegelen krijgen we zicht op onze driften en hoe we daarmee moeten omgaan. Het is de blik van de ander waarin we onszelf vinden. Ik ben daardoor ook de ander.

Omdat we voortdurend in andere relaties zijn, wordt onze blik oneindig verruimd. Onze identiteit staat dus niet vast, en kan niet diep ergens in onszelf gevonden worden; Onze identiteit is een relationeel wordingsproces is. Proberen we dat proces te stollen, zoals Vitangelo dat probeert te doen, dan onderdrukken we verlangens en angsten die zich vervolgens tegen ons gaan keren.

Het ontbreken van een vast identiteit betekent niet dat we niemand zijn: we creëren door te spiegelen betekenisvolle verhalen waarin we zelf ook een rol hebben. Verbinding en autonomie zijn vanuit deze zienswijze verwarrende begrip. Verbinding is niet iets wat je kunt doen, is daarom geen psychologische activiteit, maar is ontologisch: is onderdeel van wie we zijn. En autonomie, de gedachte dat we zelfstandig en onafhankelijk van anderen beslissingen kunnen nemen, is altijd relationeel. Dat betekent niet dat we geen beslissing kunnen nemen, maar die zijn altijd ingebed in een groter geheel.

Ik ben nog wel eens teruggegaan naar Riccione, naar hotel Gemma. Enzo was niet meer. Hij was ziek geworden en snel daarna gestorven. Zijn vrouw had een nieuwe man. Ook haar vond ik ineens niet zo leuk meer. Zonder Enzo was heel Riccione niet leuk meer, zelfs het hotel waar niets aan veranderd was, was niet meer hetzelfde.

NIEUWSBRIEF
MEER INSPIRATIE