Holding the space is een term voor het faciliteren van een dialoog waarin jijzelf en anderen tot groei kunnen komen. Dat begint al heel dichtbij, in de liefde, en breidt zich als het effect van een gezeilde steen over een wateroppervlak cirkelend uit naar alle facetten van ons leven. Kunnen we in gesprek met de ander ruimte maken voor de groei van alles en iedereen, inclusief onszelf? En wat is daar dan voor nodig?

6

De bereidheid om voorbij de grenzen van het eigen weten te komen

Hoe faciliteer je een dialoog waarin jijzelf en anderen tot groei kunnen komen? In een wereld waarin vraagstukken steeds dynamischer worden en dus complexer zullen we bereid moeten zijn onze eigen denkbeelden niet langer als begin en eindpunt te zien, maar als inleg, om die met de inbreng van anderen te kunnen vermeerderen tot iets wat we nu nog niet kunnen verbeelden. Holding the space is een term die verwijst naar het maken van ruimte in een dialoog, zodat we voorbij de begrenzing van ons eigen denken kunnen komen. En met ruimte wordt bedoeld: niet oordelend, werkelijk kunnen luisteren, met elkaar kunnen onderzoeken, en je met anderen kunnen verbinden zonder de ander naar jouw denkterrein willen trekken. Het doel: de collectieve intelligentie en kracht combineren tot iets dat veel meer is dan wat je vooraf in een definitie of kader kunt vatten. Dat ‘iets’ is nodig om antwoord te kunnen geven op de complexe vraagstukken van vandaag die binnen huidige denkkaders simpelweg niet langer opgelost kunnen worden.

 

Zijn we bereid onze eigen denkbeelden niet langer als begin en eindpunt te zien, maar als inleg, om die met de inbreng van anderen te kunnen vermeerderen tot iets wat we nu nog niet kunnen verbeelden?

 

Maar Holding space is veel meer dan ruimte maken om gezamenlijk complexe sociale, economische of politieke vraagstukken of te lossen. Of misschien moet ik zeggen, Holding the space begint al heel nabij. Hoe gaan we in gesprek met onze geliefden en vrienden? Zijn we nog in staat werkelijk open te staan voor de mensen die dagelijks en dichtbij ons staan? Zijn we bereid eerdere ervaringen en daaraan verbonden oordelen los te laten, zodat we met elkaar kunnen groeien? Kunnen we met elkaar samen zijn en vanuit werkelijke interesse, proberen elkaar te verstaan, elkaars intenties te voelen, voorbij wat gezegd kan worden? En kunnen we daarin accepteren dat die ander, of dat nou een geliefde is of een vreemdeling, zijn anderszijn mag behouden, omdat daarin juist de uitnodiging ligt om zelf te groeien?

 

 

Voorbij begrenzingen komen

In de film van Pola X (1999, Leos Carax), droomt een man vlak voor zijn huwelijk over een ontmoeting met een andere vrouw. Als hij de dag voor de ceremonie in een bos loopt, komt hij de vrouw uit zijn dromen tegen. Hij wil met haar praten, maar ze begrijpt zijn taal niet. Hij probeert het in een andere taal, maar het lukt hen niet elkaar te verstaan. De vrouw lijkt verwilderd. Haar gezicht is niet opgemaakt maar viezig. Haar haren zijn niet gekampt maar geklit. En ze gromt – althans, zo herinner ik het mij. De camera volgt de twee door het bos. Bomen onderbreken steeds opnieuw het beeld van de twee mensen die zo hard hun best doen dichterbij elkaar te komen. Het wordt donkerder. Het beeld wordt zwarter. De man geeft zijn taalpogingen op – hij begint voorzichtig terug te grommen. En dan wordt het stiller. Het beeld gaat bijna op zwart. Als kijker zie je de twee niet meer, hoor je wel hun stilte, en weet je dat de twee elkaar verstaan voorbij de begrenzing van de taal. En dat hun leven voor altijd veranderd zal zijn.

 

Taal zit soms zo in de weg om elkaar echt te begrijpen. We denken dat we de ander horen, maar wat we horen zijn alle symbolische betekenissen van eerdere ervaringen die aan woorden gekoppeld worden. We horen het verleden – we horen symbolieken. Kunnen we in een open dialoog voorbij gaan aan eerdere ervaringen? En kunnen we de symboliek van de taal overstijgen, zodat we aan clichés voorbij gaan? Want alleen dan kan iets nieuws zich openen. De openheid die daarvoor nodig is, lijkt romantischer dan het is. Pola X toont enkele schaduwkanten. Het vraagt geduld, het kan irritatie en angst opleveren omdat je in iets stapt wat onkenbaar is en waarin je ook je eigen overtuigingen moet opgeven. En je moet de ongemakkelijkheid – ja, de kwetsbaarheid die daarmee gepaard gaat – ruimte durven geven. En dan is er nog improviserende creativiteit nodig: ook dat is spannend.

 

Pola X toont nog iets anders: het je best doen om jezelf begrijpbaar te maken – je eigen taal te blijven herhalen. Ik lees daarin een metafoor voor het herhalen van onze eigen standpunten. We willen graag nader tot de ander komen, maar wel alleen als die ander ons verstaat, dat hij onze taal overneemt. Maar misschien kleur ik met die uitleg de scene wel teveel in, omdat ik mezelf zo vaak op die eigenschap betrap, en dat nu dus ook weer doe door mijn idee in die scene in te leggen. Probeer niet de ander te overtuigen en jouw kamp in te krijgen, spreek ik mezelf vaak genoeg toe als ik een gesprek inga. Doodeng vind ik dat soms, want ik weet dat als ik open ergens instap, ik een deel van mezelf zal verliezen, omdat de ander mij verandert. Wat eigenlijk gebeurt is dat mezelf via de ander terugkrijg, op een manier die ik van tevoren niet kan voorzien.

 

Wat ik ook mooi vind aan de bos-scene is het staken van de pogingen elkaar te begrijpen. En dat in de onmacht, in de frustratie van het elkaar niet-begrijpen, iets nieuws zich opent. Dat er een andere taal ontstaat. Of dat nu grommen is of verstilling, als de intentie er is elkaar te willen begrijpen, schiet je voorbij de begrenzingen van de taal. Er komt iets tot stand dat vollediger is, omvattender, meer precies – zonder dat je je vinger erop kunt leggen.

 

 

 

 

Niet alles willen belichten

In het korte verhaal Gioconda of the twilight noon van de Britse auteur J.G. Ballard maken we kennis met een andere man bij wie terugkerende dromen ook het begin aankondigen van een totale omwenteling in zijn leven.

Een man verblijft in een landhuis om te herstellen na een oogoperatie (ik herinner dat het verhaal zich afspeelde in een huis aan het strand, maar toen ik herlas om dit stuk te schrijven bleek de plek dus ergens anders te zijn, maar dit terzijde). Hij dommelt elke middag in slaap bij het gekrijs van vogels, en krijgt een terugkerende droom over een vrouw die de trap van een kelder afdaalt. Hij kan haar gezicht niet helemaal zien. Ze kleedt zich uit. En vlak voordat het licht op haar gezicht zal vallen en ze helemaal naakt is, schiet hij wakker. Als de bandages van zijn ogen verwijderd worden, en hij weer kan zien, keert de droom niet meer terug. Hij neemt een radicaal besluit en blijft net zolang in het zonlicht staren totdat hij blind wordt. Dan keert de droom weer terug. Maar nooit zal hij weten wie die vrouw is, en nooit zal hij haar helemaal naakt zien.

 

Ik lees Gioconda of the twilight noon als een illustratie dat ons verlangen ernaar verlangt te blijven verlangen. Meestal willen we in contact met de ander van alles over hem weten, alles boven tafel krijgen. Ons verlangen stillen. Juist in een periode waarin aan transparantie zoveel geloof gehecht wordt. Maar transparant betekent nog niet dat je alles zichtbaar of benoembaar kunt maken. In dialoog met de ander blijft er altijd iets ontsnappen, iets wat we niet kunnen vatten – iets waar we gewoonweg niet bij kunnen. En juist daarin ligt die uitnodiging tot open dialoog. De intentie hebben elkaar wel te willen begrijpen, met de wetenschap dat het nooit zal lukken. Die onmachtige poging, keer en keer opnieuw, dat is misschien wel wat liefde is.

 

Wellicht zijn we door de mogelijkheid dat we nu zelf alles de wereld in kunnen sturen en openbaar kunnen maken, verward geraakt over de werkelijkheid. Zijn we het werkelijke gaan zien als een verzameling cijfers en weetjes, die we overigens vaak oppoetsen om een goede indruk te maken. Al dat transparant gemaakte materiaal draagt niet zoveel bij aan inzicht of waarheid. Met feitjes en weetjes kun je niet zoveel anders dan blijven herhalen. Een dialoog die er werkelijk toe doet, verandert ons – en luidt met die ander een totaal nieuw begin in. Waar informatie het verleden oppoets en wil blijven herhalen, en dus eigenlijk het verheden wil laten voortbestaan, is een open dialoog erop gericht, het verleden in te leveren, om een nieuwe toekomst te kunnen openen. Niet blind voor de realiteit. Maar juist door te erkennen dat niet alles geconcretiseerd hoeft te worden, midden in die veranderende realiteit.

Deel dit artikel: