Schermafbeelding 2016-04-05 om 12.00.17

We’re running out of time.

Door: Robin van den Maagdenberg

Joke Hermsen is één van de meest gelezen (en best verkopende) Nederlandse filosofen. Vorig jaar bracht ze het boek Kairos uit. Kairos is een Griekse god, de zoon van Zeus. Een jonge god met vleugels en een lange haarlok. Kairos staat voor de niet-meetbare tijd, een beleving van tijd die je wel kent als je echt van iets geniet, als je zonder druk of gevoel voor verantwoordelijkheid de tijd vergeet. Kairos staat haaks op de kloktijd, de tijd die gekaderd is in uren, minuten, seconden, en is nu juist die tijd die je niet kunt vatten, waar je hoogstens op mee kunt liften als je het moment op tijd bij de haarlok grijpt.
 
Joke Hermsen pleit voor meer Kairotische tussenpozen in ons leven, omdat juist op die momenten nieuwe ideeën ontstaan. Hoewel het in onze rationele samenleving soms behoorlijk lastig lijkt om het idee dat we hebben van tijd los te laten en in het moment te stappen waarin de klok geen betekenis heeft, heeft Joke Hermsen ideeën genoeg over hoe we de voorwaarden kunnen scheppen om een meer intuïtieve omgang met de tijd, in ons leven, werk en leiderschap te integreren. Omdat het idee van Kairos mooi aansluiten bij de ervaring die veel deelnemers tijdens een retraite of programma van Your Lab hebben – in het moment zijn, intuïtief en vol creatieve kracht – werd het hoog tijd voor een gesprek met Joke Hermsen.

 

20150203-CF074577
 
Bij Your Lab stellen we deelnemers de vraag: wie ben jij? Die vraag wil ik ook aan jou stellen.
Goede vraag. Als ik in de geest van de filosofe Hannah Arendt antwoord, zou ik zeggen: sta me toe een verhaal te vertellen. Wie je bent, verandert namelijk de hele tijd. Mijn verhaal dus ook. Mijn verhaal is op dit moment een anekdote van gisteravond: ik gaf een lezing aan een groep ondernemers en kreeg een black-out. Ineens wist ik niets meer. Niet wat ik had geschreven, niet wat ik voorbereid had te willen zeggen. Zelfs niet meer wie ik was. Het werd doodstil in de zaal. Het zweet brak me uit. Ik stelde plotseling een vraag, ‘waar gaat het nu eigenlijk om?’. Zomaar uit het niets. Hardop. Niet gericht aan mensen in de zaal, maar aan mezelf. Alsof ik mezelf aanriep. Niemand verbrak de stilte. En toch voelde ik dat er iets gebeurde. Ik kreeg weer contact met de zaal, er stroomde energie. En zo kon ik de presentatie toch tot een mooi einde brengen.
 
In Kairos heb je het over in het leven staan als een onbeschreven blad. Was de black-out van gisteravond een aankondiging van die staat?

Die black-out voelde eng. Honderden mensen, met allerlei verwachtingen in de zaal en al wat ik kon doen was wachten en zwijgen. De aandacht van het publiek hield me echter overeind, de angst verdween. En toen voelde ik me inderdaad even als een ongeschreven blad: ik durfde me over te geven aan het niet-weten, de woorden kwamen als vanzelf weer mijn mond uit – anders dan ik had voorbereid, maar precies passend bij het moment.
Niet-weten vind ik een interessant thema. We leven in een tijd waarin we proberen alles te meten en te weten. Maar dat is onmogelijk. Politieke leiders en bestuurders zou ik willen adviseren ook eens tijd te durven vragen om ergens over na te denken, te zeggen dat je iets nog niet weet. Dat vind ik geloofwaardiger dan dat je op alle vragen voorgekookte standaardantwoorden geeft. Dat de bevolking zich van de politiek afkeert, komt onder meer door die oneliners, die snelle antwoorden die vaak alleen uit electorale overwegingen gegeven worden. Iedereen kan horen of iets wordt gezegd vanuit eigenbelang of omdat het gemeend wordt. Ik haak zelf af als ik een politicus een betoog hoor houden dat niet doorleefd is. Je wil dat iemand vanuit zijn ziel spreekt. Dat geldt ook voor managers binnen bedrijven. Die zouden minder directief te werk moeten gaan. Een leider is er om te inspireren, om veranderingen bottum-up te laten gebeuren. Je moet werknemers de kans geven om zelf veranderingen in te kunnen zetten, zodat het bedrijf onderdeel wordt van hun eigen verhaal.
 
Als werknemers bijdragen aan het gemeenschappelijk verhaal van een bedrijf, wat is dan nog de waarde van de visie van de directie?

Een visie moet inspireren maar niet afbakenen. Als je werknemers geen onderdeel maakt van het verhaal van een bedrijf, maar slechts ziet als uitvoerder van een voorgekookt programma, dan krijg je geen betrokkenheid. Mensen werken dan niet met hart en ziel, maar gaan op de automatische piloot stand. Maar als iedereen kan bijdragen aan de overkoepelende visie, dan wordt het bedrijf gedragen door alle werknemers en krijg je een veel groter krachtenveld. Dan komen werknemers zelf ook met oplossingen waar ze verantwoordelijkheid voor willen nemen. Dat voel je ook als afnemer: dat ergens met liefde wordt gewerkt. Een directeur van een grote zorg-instelling in Haarlem, heeft haar eigen directeurspositie onlangs opgeheven en van de teams zelfsturende teams gemaakt, waarbij iedereen zelf verantwoordelijk is voor de uit te voeren zorg. Dat vind ik een krachtig verhaal.
 
Je hebt het in Kairos over twee essentiële menselijke eigenschappen: creativiteit en empathie. Hoe kunnen bedrijven hun werknemers deze eigenschappen laten ontwikkelen?

Organisaties moeten hun werknemers in staat stellen om hun ware potentieel aan te boren. Dat is voor beide partijen ook nog eens rendabeler, om maar even een lelijk woord te noemen. Er moet een werkomgeving geschapen worden waarin iemand mens kan zijn en kan worden. Daarvoor zijn rust en afstand nemen noodzakelijk, omdat je dan pas tot diepgaandere reflectie komt. Werknemers zouden bij tijd en wijle een time-out moeten kunnen nemen, om aan die reflectie toe te komen. Een goed voorbeeld daarvan vind ik het tussentijds pensioen. Waarom op je 67e pas met pensioen gaan, terwijl je cognitieve en fysieke vermogens tegen die tijd al enigszins afgenomen zijn? Waarom zou je niet in de bloei van je leven een sabbatical mogen nemen om te groeien? Ik ben ook voor werkplekken die zo zijn ingericht dat je niet alleen loskomt van je plek, zoals flexplekken, maar ook van je scherm. Elk bedrijf zou zo’n ‘screenless room’ moeten hebben. Ware creativiteit heeft rust en ononderbroken aandacht nodig, net zoals empathie overigens, en als je voortdurend werkt en online bent dan kun je die essentiële menselijke eigenschappen minder benutten. Alleen als we voor die eigenschappen meer aandacht hebben, kunnen we als mens en dus ook als werknemer groeien.
 
Veel mensen vinden het eng om te groeien. Hoe creëer je de omstandigheden om toch die computer uit te zetten en het onbehagen op te zoeken?

We menen de leegte en de eenzaamheid te kunnen verdrijven door voor een scherm te gaan zitten, maar dat is helaas een illusie. Het blijft toch een oppervlakkige ervaring van niet-alleen zijn. Na uren surfen en zappen voel je je niet voldaan, omdat er meestal niets wezenlijks gedeeld is. Mensen zijn sociale wezens en hebben de sociale en fysieke aanwezigheid van anderen nodig. De nieuwe generatie lijkt zich hier al meer bewust van te zijn. Er komt steeds meer kritiek op onze onlineneurose of beeldschermverslaving. En terecht, want je kunt geen nieuwe dingen creëren als je honderden berichten per dag krijgt.
 
Je hebt het in Kairos over een Kairotisch moment: de klok-tijd vergeten en helemaal opgaan in het moment. Is dat een staat van zijn?

Ja, het gaat om een toestand van volle concentratie, aandacht en alertheid. In tegenstelling tot het digitale multitasken gaat het hier juist om heel scherp te focussen op slechts een bepaalde kwestie, zaak, vraag of perspectief. Je aandacht scherpen, geen afleiding van trillende of zoemende apparaten, zodat je aandacht ononderbroken blijft. Pas dan zul je een nieuw inzicht krijgen. Er is namelijk een groot verschil tussen creatief denken, werkelijk het onverwacht en onberekenbare nieuwe denken, en het hebben of opdoen van kennis. Dat laatste is ook belangrijk, maar dan richt je je op wat al eerder benoemd is, dus op wat al bedacht is. Creatief denken is juist innovatief en daarom ook altijd in zekere zin utopisch, omdat het zich verhoudt tot wat er nog niet is. Dat kan alleen als je samenvalt met het moment en de kloktijd die de wereld structureert even vergeet.
 
Ik heb wel eens zo’n moment.. Alsof de bliksem inslaat, BAM een nieuw idee, dat ik niet van mezelf kan noemen omdat het van buitenaf lijkt te komen.

Veel schrijvers, dichters en kunstenaars kunnen je waarschijnlijk zo’n verhaal vertellen.
 
Waar komt zo’n compleet nieuw idee vandaan? Is dat door onszelf bedacht of komt het tot ons?

Dat is een groot mysterie. Ik vermoed dat onze geest zich de dagen voorafgaand aan dat moment op die bliksemflits heeft voorbereid. Je hebt je geest rijp gemaakt opdat het iets ingefluisterd kan krijgen. Omdat zowel de klok-tijd als het egocentrische besef van een ‘ik’ verdwijnt, en je ontvankelijk wordt voor het onverwachte, het nog niet gerealiseerde. Sommigen krijgen dan het gevoel dat iets van buiten op je af komt. Maar ik denk dat het je geest is, in overeenstemming met het innerlijk. Wat er nog meer gebeurt, ik weet het niet precies. Misschien een intellectuele energie, buiten ons om, maar ook een soort afstemming op je ziel, alsof je een antenne uitsteekt, die zowel naar buiten als naar binnen gericht is. Ik denk wel dat je tijdens zo’n ervaring het ego, je ambitie en het streven naar succes moet hebben losgelaten, juist om die ontvankelijkheid te bereiken. Dit is heel belangrijk voor creativiteit en wordt door sommige kunstenaars afgedwongen met op reis gaan, een zelfgekozen ballingschap, of ook door middelen als alcohol of drugs.
 
Hoe laat jij het ego los?

Door een meditatieve staat van zijn. Bij mij lukt dat heel goed met muziek. Dat klinkt braaf, maar de epiloog van mijn roman Blindgangers – het mooiste stuk dat ik ooit geschreven heb – heb ik geschreven na anderhalve fles wijn tussen 4:00 en 6:00 uur in de nacht. Het was pure wanhoop. Ik zou het niet willen aanraden hoor, aan deelnemers in Your Lab. Het is dus persoonlijk hoe je het voor elkaar krijgt om je ego los te laten. Maar rust, ruimte, stilte, kunst, meditatie, natuur zijn naar mijn gevoel de voorwaarden. Het Concertgebouw is voor mij een meditatieve plek. Je kunt er niet weg, je zit er in overgave. Je moet je overgeven aan de muziek. Het duurt even. En dan plotseling neemt de muziek je mee, vergeet je alles, val je samen met de klanken. Je komt in contact met iets diepers dan je kunt bedenken. Alsof je ineens ten diepste doorvoelt dat je het zelf niet voor het zeggen hebt in het leven. Je komt terecht in een onbewust deel van jezelf, dat normaal misschien onderdrukt wordt. Het verhaal wie je bent wordt completer.
 
De creatie die voortkomt uit samenvallen met het moment, heeft ook te maken met geduldig zijn: afwachten tot een nieuw idee ontstaat. Hoe weet je wanneer dat moment daar is?

Ik houd geen pleidooi voor lethargie of om in een hangmat te gaan liggen. Rust is één voorwaarde, zeker, maar daarna is juist de focus en de alertheid heel belangrijk. Dan komt het aan op heel aandachtvol kijken en Kairos, de tijd van de verandering en de creativiteit bij uitstek, op het juiste moment bij zijn kuif grijpen en het momentum verzilveren. Je moet vooral intuïtief aanvoelen wat het juiste moment is.
Plato kwam met het woord schole. Dit betekent in het Grieks: niets doen, wachten, mediteren, niets willen nastreven. De dagdroom is bijvoorbeeld de broedplaats van de verbeelding. Zonder Schole kan geen leerling iets nieuws leren, zegt Plato. Wij hebben ooit het woord ‘school’ ervan afgeleid, maar daar zijn we inmiddels wel van terug gekomen. We jagen de studenten met een puntenrace door de universiteit, terwijl we het tegenovergestelde zouden moeten doen. Een geest moet namelijk rijpen. Eigenlijk zou je de hele schoolperiode als een Kairotisch interval moeten zien om zoveel mogelijk creativiteit en solidariteit te ontwikkelen. We moeten het onderwijs met andere woorden inrichten op precies datgene dat de mens doet verschillen van een robot of computer. Wat kunnen deze dingen nu juist niet? Het onverwachte, onberekenbare nieuwe verzinnen en empathie en mededogen voor anderen hebben. Díe vakken zouden meer dan ooit de aandacht moeten krijgen, om de mens nog onderscheidend en concurrerend te kunnen laten zijn ten opzichte van de technologie. Verbeeldingskracht, intuïtie en empathie stimuleren, maar we doen eerder het omgekeerde. We focussen op economie, rekenen, wiskunde. En tja, dat kunnen die apparaten nou net wel.
 
Hoe zien vanuit Kairotisch perspectief onze leiders eruit?

Die moeten vooral de tijd nemen om te reflecteren en hun eigen handelingen tegen het licht te houden. Verder zouden ze voor zichzelf en de werknemers voor voldoende rust moeten zorgen, zoals Plato ooit al aangaf. Alleen de tirannieke leider houdt zijn volk permanent aan het werk, zodat het met kritisch en creatief denken ophoudt. Leiders moeten beseffen dat leiden niet betekent voorschrijven, maar een klimaat ontwikkelen waarin werknemers mensen kunnen zijn, zodat ze hun menselijke vermogens volledig kunnen ontwikkelen.
 
Zou een leider bereid moeten zijn ego op te geven, voor het hogere doel?

Dat zou ik niet willen zeggen. Een leider moet erop aansturen dat zijn werknemers de twee menselijke vermogens bij uitstek kunnen ontwikkelen: creativiteit en empathie. Daar hoef je als leider je ego niet voor uit te schakelen. Wel is nodig dat een leider zelf weet waar hij over spreekt, en zichzelf goed kent. Dat hij af en toe een Kairos-intermezzo op de werkkalender inbouwt, voor zichzelf en zijn mensen. Begin een vergadering niet met targets, punten, budgetten. Dan verliest iedereen bij voorbaat zijn creativiteit. Begin een vergadering met Kairotische inspiratie, een verhaal, gedicht of muziek.
 
Wij beginnen bij Your Lab onze vergaderingen en training met vijf minuten stilte. Zodat je bewust wordt van je lijf, van spanningen die daarin zitten, en kunt delen wat er op dat moment speelt. Daar komen de agendapunten uit voort.

Dat is prachtig. Maar als na de stilte muziek, tekst of beeld zou komen, dan zou dat nog iets kunnen bijdragen aan creatie. Door de stilte ben je ontvankelijk voor die esthetische ervaring. Stilte alleen is voor mij niet voldoende: ik ben op zoek naar wat ik een Stilte + noem. Eerst rust, vervolgens inspiratie, die we van anderen krijgen. Dat is essentieel om gevoed te worden. We zijn creatieve en sociale dieren, hebben de ander nodig om ons te inspireren. We zijn geen individuen die door louter stil te zijn de wereld kunnen veranderen. De taal is het voertuig van ons denken. Die taal moeten we dus koesteren. Dat vergeten we te vaak, als we weer eens een snelle mail of sms sturen. We zouden op school en op de werkplek meer mogelijkheid moeten krijgen om die taal te ontwikkelen. Dat scherpt ons denk- en werkvermogen. Als je hoort hoe uitgehold en zielloos veel managementretoriek op dit moment is, dan word ik daar wel eens mismoedig van. Die functionele taal, de vaak holle woorden, het is bijna alsof ze los van de mens zijn komen te staan. Dat is gevaarlijk, omdat de taal niet alleen het voertuig is van ons denken, maar ook van onze menselijkheid.
 
Hoe kunnen we als mensen het best de kloof overbruggen en ons verbinden met elkaar?

We worden als baby’s geboren met als twee belangrijkste eigenschappen nieuwsgierigheid en het verlangen naar verbondenheid. Het beste is om je in elke situatie, of die nu privé of op de werkplek is, je af te vragen of die twee eigenschappen ontwikkeld worden. We leven in een maatschappij waarin het lijkt alsof velen slechts voor het eigenbelang gaan, en vechten en graaien niet slechts meer uitzonderingen zijn. Juist daarom moeten we ons steeds opnieuw realiseren dat de mens in essentie op zoek is naar verbondenheid. Dat teveel concurrentie en prestatiedwang niet goed is voor ons. Dat onze solidariteit en empathie daarop inboeten, en dat we dan in een wereld terecht komen, die meer op een jungle lijkt, waarin alleen nog het ‘ieder voor zich’ principe geldt. We moeten proberen om dat wat ons van de dingen onderscheidt te stimuleren, en uiteraard kunnen we dat alleen maar doen door bij onszelf beginnen. Wie ben ik? Jouw eerste vraag. Essentieel. Het zou al heel mooi zijn als iedereen zich die vraag elke dag eens stelt. Geen enkel boek, geen goeroe en geen businessmodel kan dat voor ons bepalen. We zullen het antwoord op die vraag steeds opnieuw zelf moeten stellen. En ik geloof dat dat hoe dan ook steeds beter lukt. In brede zin zitten we in een maatschappelijk Kairos-moment, een moment dat we moeten grijpen om de veranderingen te bewerkstelligen die nodig zijn om deze wereld menselijk te houden. Dan kan er een maatschappij ontstaan, gebouwd op de principes van empathie en creativiteit, en niet meer op egocentrisme en consumentisme. We’re running out of time. Willen de kinderen van mijn kinderen niet alleen een bewoonbare maar ook een menselijke wereld aantreffen dan zullen we het roer moeten omgooien en het tij laten keren.

Deel dit artikel: