steeffleur_yourlab-aernoud-lr_009

Aernoud Bourdrez is advocaat, gespecialiseerd in intellectuele eigendomsrechten. Hij vertegenwoordigt kunstenaars en beschermt de auteursrechten die op hun werk rusten. Het oplossen van hun conflicten probeert hij waar mogelijk buiten de rechtszaal om te doen, door zich te verplaatsen in de tegenpartij en op zoek te gaan naar een oplossing waar beide partijen mee kunnen leven. Hij wil menselijkheid introduceren waar systemen een desastreus effect op gedrag kunnen hebben. ‘We zijn bereid immoreel gedrag te vertonen als het systeem daartoe de ruimte biedt.’ Zijn interesse is actueler dan ooit, nu systemen aan alle kanten lijken te wankelen.

Tekst: Robin van den Maagdenberg Foto: Steef Fleur

‘Ik lig wakker van de huidige politieke situatie. Een lichtpunt is dat we door de verkiezing van Trump gedwongen worden om bewust te worden van onze principes, wat we echt belangrijk vinden: de waarheid spreken, gelijke behandeling, hoe met elkaar om te gaan, in alle mogelijke facetten. We worden zo hard geconfronteerd met hoe het politieke systeem en de marketing onze leefwereld overrulen, dat het ons in het diepst van ons wezen raakt.

Ik ben me gaan interesseren voor de Duitse socioloog en filosoof Jürgen Habermas. Hij onderscheidt de leefwereld van de systeemwereld. De leefwereld is de wereld waarin we intuïtief aanvoelen wat echt en goed is. Systemen zijn door de mens in het leven geroepen. Het zijn sets van afspraken die de leefwereld gemakkelijker horen te maken, een voorbeeld is het rechtssysteem. Het gaat mis als mensen zich achter de systeemwereld verschuilen en het contact verliezen met de leefwereld. Die botsing tussen beide werelden zie je nu in alle hevigheid. Aan de ene kant zien we dat systeemwerelden de leefwereld steeds verder opslokken. Aan de andere kant zien we een tegenkracht, namelijk dat er steeds meer stemmen opgaan om de leefwereld weer op de eerste plek te zetten.’


Waarom handelen mensen naar een systeem en niet naar de leefwereld?
Omdat een systeem ook nuttig kan zijn. Het kan zekerheid bieden en onze leefwereld vereenvoudigen. Maar als we erop teruggrijpen zonder verbinding te maken met de leefwereld, is dat kortzichtig. De schadelijke effecten zijn het grootst als we onze verantwoordelijkheid bij een autoriteit leggen, zoals de baas of de wet. Het Milgrim experiment legde pijnlijk bloot waartoe dat kan leiden. Proefpersonen werden verzocht om deel te nemen aan een zogenaamd geheugenexperiment. Acteurs speelden leerlingen die woorden moesten onthouden. Als dat niet zou lukken moesten de proefpersonen de leerlingen een elektrische schok toedienen waarvan zij dachten dat die echt was. De leerlingen waren niet zichtbaar voor de proefpersonen. Sommige deelnemers gingen heel ver, gaven de leerlingen schokken van bijna dodelijk niveau. Omdat de instructies kwamen van iemand in een witte jas, en ze de pijn van de slachtoffers niet zagen, verloren ze hun verantwoordelijkheidsbesef en bleken ze in staat om gruweldaden te verrichten. Alleen omdat het door het systeem goedgekeurd werd en ze de pijn niet zagen van hun handelen. Wat we dus moeten doen is verantwoordelijkheid nemen voor onze besluiten en dat gordijn wegtrekken, zodat we zien wie de pijn te verduren krijgt. Dan maak je weer contact tussen de systeemwereld en de leefwereld. En stel men dan eens de vraag of dat systeem goed voelt.

Ook angst is helaas vaak een reden om je te blijven verschuilen achter een systeem. Als je een systeem bevraagt en je je daarvan loskoppelt, neem je een uitzonderingspositie in. Je hebt dan een veel kwetsbaardere positie, omdat je je rug keert naar ‘de groep’. Dat voelt angstig. We willen graag ergens bij horen, niet erbuiten staan.

Maak jij je snel boos?
Ik ben vaak verontwaardigd. Daar zit het woord waarde in. Als je een ander verwijt dat hij jouw waarde niet inziet, leidt dat al snel tot boosheid. Ik denk dat dat is wat nu op grote schaal gebeurt. We voelen ons niet gezien, dat voelt onveilig. Dus schieten we in de overlevingsstand en maken we – uit bescherming – een ander de veroorzaker van onze pijn. De uitdaging is om te kijken waarom je pijn ervaart. Dat heeft vaak meer te maken met je eigen jeugd dan met die vent die je afsnijdt in het verkeer. Dat persoonlijke deel kun je oplossen. Helaas blijft die kant van het verhaal vaak onbelicht, waardoor de boosheid nooit echt opgelost wordt en zich steeds op een nieuwe situatie of persoon blijft projecteren. Ik vind het zelf ook verdomd lastig.

 

Het gaat mis als mensen zich achter de systeemwereld verschuilen en het contact verliezen met de leefwereld. Die botsing tussen beide werelden zie je nu in alle hevigheid.

Waar komt jouw fascinatie voor conflict vandaan?
Het raakt me dat mensen zich zo weinig verplaatsen in een ander en zich daarom maar verschuilen achter een systeem. In mijn praktijk zie ik vaak dat grote bedrijven een commerciële inschatting maken van de risico’s als ze inbreuk maken op iemands auteursrecht, en het daarvan af laten hangen of ze bijvoorbeeld het design van een kunstenaar zonder toestemming zullen pikken. Ik maak me daar boos over, omdat het niet alleen gaat over geld, ze tasten iemand daarmee aan in zijn waarde. En komen er vaak nog mee weg ook. Procederen is tijd- en geldrovend, daar zit je niet op te wachten. Vaak ga ik dan in gesprek met het bedrijf, en vertel ze meer over de kunstenaar in kwestie. Dan onderzoek ik met ze: klopt het wat hier gebeurt? Op basis van die vraag heb ik de meeste schikkingen bereikt. Ook in zaken die we in de rechtszaal niet snel zouden hebben gewonnen.

Hoe kom je van je boosheid af?
Het lastige van oprechte boosheid is dat we het vaak niet in pure zin durven te uiten, uit angst dat het schade aanricht. Terwijl ik denk dat het ons veel kan opleveren als we onze boosheid wel uiten. Je geeft daarmee namelijk aan dat je ergens niet achter staat. Dat voorkomt dat bepaald gedrag normaal wordt, je geeft zo een signaal af. Wel moet je de toon goed kiezen, die bepaalt of de boodschap ook aankomt bij de ander.

In mijn praktijk merk ik dat cliënten er vaak behoefte aan hebben dat de tegenpartij er niet te makkelijk van af komt. Maar daar wordt eigenlijk nooit gelegenheid voor gegeven. Zo kropt de boosheid zich op en komt het er vaak alsnog uit, op een verkeerd moment, tegen een persoon die er niets mee te maken heeft of in de vorm van een politieke stem. Als een slachtoffer in de rechtszaal over een bankje springt om de dader een klap op zijn smoel te geven, kan diegene daarmee een hoop frustratie kwijt. Moet je dat dan tegenhouden? Ik kan zelf ook sterk behoefte voelen aan die uitlaatklep.

Ontstaat daar niet het conflict?
Een conflict ontstaat naar mijn idee zodra er een verwijt is. Zonder verwijt is er geen conflict. Als je de actie van een ander niet persoonlijk neemt, dan heb je hooguit een tegenstrijdig belang. Het wordt pas een conflict als jij pijn ervaart en de ander daarvan de schuld geeft. Al zegt het vaak dus meer over jezelf.

Een conflict biedt ook ruimte voor verbinding, als je bereid bent om achter de beweegredenen van de ander te komen en bij jezelf opspoort waar de boosheid vandaan komt, dan is er nieuwe grond waarop je dichter tot elkaar kunt komen. Anders neem je afscheid van elkaar, als die wederzijdse bereidheid er niet is.

Ik kwam je een half jaar geleden tegen, toen zei je dat je meer tijd wilt nemen om af en toe een expositie te bezoeken, te genieten van kunst. Wat heeft dat je gebracht?
Mijn energiepeil was laag, ik maakte me over van alles en nog wat boos. Om conflicten op te lossen moet je je dus in een ander kunnen verplaatsen. Ik ging alleen een stap te ver, vereenzelvigde me met de ander, waardoor ik teveel persoonlijk nam. Daar liep ik op leeg. Ik heb mijn kantoor opgezegd, een bootje gekocht en deze zomer een paar dagen per week op een eilandje gewerkt. Ik wilde meer rust nemen en stilstaan bij de dingen die ik doe. Die tijd voor mezelf heb ik nodig, voor zelfreflectie. Door wat vaker stil te staan, ben ik me er bewust van geworden dat als ik me onprettig voel, ik de drive krijg om te presteren. Misschien om het gevoel te hebben dat ik ertoe doe. En als je presteert maak je adrenaline aan, waardoor dat onprettige gevoel overstemd wordt. Ik denk dat het niet toevallig is dat de meeste advocaten de jongste uit het gezin zijn. Zij zijn vaak ondergesneeuwd geraakt in het gezin en lopen het risico dat ze, eenmaal als advocaat, uit naam van een cliënt doorgaan met de strijd om nog gezien te worden. In ieder geval gold dat voor mij. Daarom leg ik nu ook de focus op het oplossen van mijn interne conflict, in plaats van alleen maar bezig te zijn met het op slimme wijze afdwingen van een externe overwinning.

Deel dit artikel: