Schermafbeelding 2015-05-11 om 12.13.09

What you see, is what you get.

A rose is a rose is a rose schreef schrijver Gertrude Stein al meer dan honderd jaar geleden, om aan te geven dat de dingen zijn zoals ze zijn: een roos is een roos.

Maar hoe vaak kijken we daar niet overheen?

Het is verleidelijk een betekenis voorbij de dingen te willen zoeken. Op zoek naar iets verhevens, iets dat het alledaagse overstijgt, zodat ons leven gezien kan worden in een grotere context, en daardoor een algehele betekenis krijgt – waardevol wordt.

 

Door: André Platteel  Foto: Scheltens & Abbenes

Schermafbeelding 2015-05-11 om 12.13.09

 

Ik heb lange tijd gezocht naar een absolute betekenis, wist intuïtief dat er meer was dan het zichtbare. Een betekenis willen zoeken achter de dingen die me overkomen, die voorbij mijn gevoel en denkbeelden zouden gaan. Ik heb die weg lange tijd belopen.

Na een flinke burn-out zat ik jarenlang op een fijne stoel voor het raam, met een kop thee, naar de bomen te kijken in de achtertuin: elk jaargetij waren ze mooi, grillig in de winter, maar ook kwetsbaar, zo naakt; moedig in de herfst, met bladeren die zich zomaar lieten vallen; levenslustig in de lente, met dat prille groen; en sensueel in de zomer, vol in bloei.

Ik deed net als Goethe eeuwen eerder deed: jarenlang kijken naar bomen, takken en bladeren, en erachter komen dat alles blad is. Dat alles met alles samenhangt. Dat het blad niet zonder de boom kan, niet zonder aarde van de tuin waarin de boom staat, niet zonder de zon, de regen, en ik niet zonder het blad, want niet zonder de boom, en het blad ook niet zonder mij – in mijn aandacht, leken de bladeren pas echt tot leven te komen.

En dat alles was zo mooi. Gaf me zoveel rust.

En in al die schoonheid en rust, kon het leven dat zich buiten het zicht van mijn raam plaatsvond, me gestolen worden: mensen die naar de markt liepen, het schreeuwen van uitgaanders op vrijdag- of zaterdagavond, het geluid van overtrekkende vliegtuigen (met mensen die misschien op avontuur gingen, maar hoever ze ook zouden vliegen, nooit zouden ze zo’n rijke ervaringen hebben als ik – dacht ik). Ook mijn gevoelens en denken deden er niet meer toe, ik was er waarnemer van geworden, ze hadden geen vat meer op me – de burn-out loste in ‘blad’ op.

Het blad was opium: ik wilde niets anders dan zitten en kijken en dacht daarin de verborgen betekenis van het leven te hebben gevonden.

Het ontcijferen van de levenscode voldeed aan mijn verlangen bijzonder te willen zijn, ertoe te doen: ‘zie je wel, ik wist het, er was ‘meer, en ik heb het gevonden.’

En zo trok het leven aan me voorbij, vastgeplakt op een stoel. Ik had me geïdentificeerd met de boom, was zelf boom geworden, geworteld op één plek, log, rijkend naar de hemel om zo te kunnen ademhalen. Durfde het leven voorbij de stoel niet meer in te stappen.

­Fernado Pessao, een Portugese dichter die maar weinig tijdens zijn leven publiceerde, krabbelde op een velletje papier, dat na zijn dood gevonden werd in een kist volgepropt met andere beschreven velletjes: ‘Het mysterie der dingen, waar is dat? Wat weet de rivier daarvan en wat weet de boom? … De enige verborgen zin der dingen. Is dat ze geen enkele verborgen zin hebben. … De dingen hebben geen betekenis, ze bestaan.’

Ik had met mijn aandacht het bestaan van de boom en het blad gezien. En dacht daarin het absolute gevonden te hebben. Maar dat absolute bestaat niet: alles verandert voortdurend. De bomen en de bladeren, ze waren nooit één moment hetzelfde. En zelfs dat wat waarneemt, wat je bewustzijn zou kunnen noemen, of het Goddelijke, of Liefde, dat wat ‘ziet’ en zelf eigenlijk onmogelijk benoemd kan worden, aanschouwt alleen maar veranderlijkheid.

Daarin zit de werkelijke code: de relativiteit van het leven kunnen accepteren, zien dat er alleen maar veranderlijkheid is, alles voortdurend sterft en geboren wordt.

Mijn burn-out verdween niet door er een absolute betekenis aan te koppelen, maar door daar juist vanaf te komen: alle gevoelens en gedachten die mijn lijf hadden vastgezet, te ervaren. In rust. Volledig. Zodat er weer beweging kon komen in dat wat ik had vastgezet. Precies hetzelfde wat mijn verlangen naar het absolute had ingezet: niet de angst voor de dood, maar de angst voor het leven, wat veranderlijkheid is.

Of dat nou een schreeuw is van een dronken vent, het motorengeronk van een vliegtuig, het geluid van een spelend kind op een schommel onder de boom waarop ik uit keek.

Waar ik al die tijd naar gehunkerd had, maar niet durfde, was zelf zonder angst in dat vliegtuig willen zitten, zonder schaamte zo af en toe met vrienden in een café over vrouwen en auto’s lullen, of wat dan ook, en zonder angst ‘mijn’ kind op een schommel in beweging te brengen.

Als je met aandacht kijkt, sterft alles. En wordt weer geboren. Ook ikzelf.

Deel dit artikel: