Schermafbeelding 2015-05-04 om 14.53.20

Freedom is found when one becomes a materialist

Vrijheid. Dat lijkt iets dat iedere keer weer opnieuw overwonnen moet worden. Maar wat overwonnen moet worden, is de gedachte dat er onvrijheid zou kunnen zijn. Om dat te kunnen ervaren moeten we materialist worden: in de materie van ons lijf gaan zitten, en ervaren dat wie we zijn, stof van de aarde is, en dat we daarin met alles en allen verbonden zijn. Eén. Onbegrensd.

 

Door: André Platteel  Foto: Scheltens & Abbenes

Schermafbeelding 2015-05-04 om 14.53.20

Mijn oom had het charisma van een kerncentrale; de energie die hij bij iedereen opwekte, was gigantisch, maar kwam je te dicht in zijn buurt, dan werd hij vernietigend, maakte hij je ziek.

Hij smokkelde me een keer mee, een ritje in zijn nieuwe auto. Vol gas over de rijksweg, ‘kijk eens hoe hard dit ding gaat,’ en hij wees op de teller die uitsloeg naar het einde, 240. Een paar weken later had hij hem ingeruild voor een nieuwe auto, die nog harder ging, maar mij kreeg hij niet meer mee, daar stak mijn moeder een stokje voor.

Ik was gek op mijn oom: altijd weer iets nieuws, terwijl we thuis maar net de eindjes aan elkaar moesten knopen: dure maatpakken, nooit zag ik hem in hetzelfde pak, en altijd een nieuwe vriendin. ‘Dat is vrijheid,’ onderwees hij me, ‘dat de hele wereld beschikbaar voor je is, nooit in schaarste denken.’ Dat andere mensen daarvoor uitgebuit werden en verliefdheid geveinsd werd, was bijzaak. Maar dat zag ik toen niet; mijn oom had een vrij leven, want thuis leek de schaarste een gevangenis, iedere dag weer een gevecht: nooit genoeg geld, nooit echt genoeg eten, kleding die minstens een paar jaar mee moest gaan. De schaarste gaf me een gevoel van onveiligheid, en schaamte.

Toen ik net als mijn oom, de armoede thuis met duur betaald advieswerk kon ontstijgen, deed ik als hem, ik verzamelde: boeken, kleding, klanten die bereid waren een steeds duurdere uur-prijs te betalen.

Ik werd materialistisch, althans dat dacht ik. Maar net als mijn oom, zo ontdekte ik langzaam, was ik niet echt geïnteresseerd in materie: van de verzamelde boeken las ik maar enkele, veel net gekochte kleding droeg ik niet, ik kon immers niet tien lagen over elkaar heentrekken, en de inhoud van mijn opdrachten interesseerden me minder dan de status van mijn klanten en de fee die ik van hen ontving.

Ik was geïnteresseerd in het numerieke: dat wat meetbaar was, zodat ik me ten opzichte van anderen kon afmeten, en daaruit mijn belangrijkheid aflas.

Ik was geen materialist, maar een ‘meet-ist’.

Mijn overvloedige vrijheid werd een gevangenis, afkomstig uit de drang te ontsnappen uit mijn jeugdgevangenis, die schaarste als beklemmende muren had.

Het nieuwe gevangenschap was uitputtend; ik was als een hardrenner die zijn tijd steeds wil verbeteren, tot het onmenselijke af, en zijn lichaam als inleg, inbrengt. Uitgeblust. Mijn lijf, de materie waarin ik huis, veronachtzaamd. En nu het faalde om energie te hebben om verder te kunnen verzamelen, raakte ik er ook nog eens woedend en vol afgrijzen over: hoe kan het dat mijn lijf niet naar me luistert.

De vrijheid, die gevangenschap en uitputting had veroorzaakt, huisde in mijn hoofd: ik had vrijheid bedacht. Het denken houdt ervan te vergelijken, en zich superieur te voelen over het lijf, daar kan geen vrijheid uit voortkomen.

Gevangenschap verkocht als vrijheid, kom je overal tegen. Vrijheid in het geven van je mening, vrijheid om te doen en te laten wat je wilt om je veilig en vervuld te voelen. En daar zit nou precies het probleem: dat wat we willen en doen, daar waar onze meningen uit voorkomen, is veelal gestoeld op onderdrukte pijn en woede die we niet hebben willen voelen en waarvoor we ontsnappingen bedacht hebben.

Het gedrag van mijn oom – hij werd overigens Snip genoemd, naar het vogeltje dat op een briefje van honderd stond, waarvan hij stapels in de binnenzak van zijn colbert had – was voorbeeld voor mijn ontsnapping uit onveiligheid en schaamte.

Ontsnappingsstrategieën voelen in eerste instantie als

vrijheid, omdat we wegvluchten van gevoelens die we liever niet willen aangaan. Dat geeft een gevoel van opluchting. Maar ze leiden altijd tot meer gevangenschap, voor jezelf en voor anderen. Wat onderdrukt wordt, neemt aan kracht toe, net als een ballon die je onder water duwt. En die explosieve kracht wordt geprojecteerd op anderen.

Vrijheid is agressie.

Zolang we ons niet eerst intern bevrijden, doorzien dat ons doen en laten, en daardoor onze meningen, onbewuste regressie is, zal de drang naar vrijheid altijd een gevecht zijn, en zullen we meer en meer in een gevangenis leven. Misschien verklaart dat waarom er nu meer muren en begrenzingen zijn dan ooit, niet alleen tussen opgerekte landsgrenzen in haardbranden als in het Midden-Oosten, maar ook in buurten van grote steden, ‘gated communities’. We voelen ons steeds vaker onveilig, bouwen muren als beveiliging, denken daarin vrijheid te vinden, maar leven daardoor in een gevangenis.

De opbouw van die muren begint van binnenuit – in onszelf. Daar moeten ze afgebroken worden. Niet met een sloophamer, maar heel teder: doorzien dat de ooit gevoelde onveiligheid waarvoor we nog steeds op de vlucht zijn, niet meer nodig is. Om dat te kunnen, moeten we materialistisch worden; in ons lichaam durven afdalen, en wat daar is vastgezet in ons bindweefsel, in ons zenuwstelsel – de onderdrukte woede, angst en pijn -, bevrijden. Dan kunnen we ons lijf weer vol innemen, herkennen hoe anderen net als wijzelf van de materie van de aarde gebouwd zijn. En dat wat we voortbrengen, eveneens voortkomt uit diezelfde materie.

Dat we in materie, met alles en allen verbonden zijn.

Vrijheid vind je niet buiten jezelf, in doen en laten, in openlijk meningen ventileren en daarmee de grenzen van anderen tarten, maar begint in de materie van ‘jezelf’.

Dat zelf is, wanneer vrij van vluchtstrategieën, niet langer door de materie van de huid begrenst. Is Alles.

Via materie naar onbegrensde vrijheid.

Snip, mijn oom, heb ik lang niet gezien. Hij had het charisma van een kerncentrale: toen mensen doorhadden hoe hij zijn vrijheid bevocht, durfde niemand meer echt in zijn buurt te komen.

 

Deel dit artikel: