Als we een dialoog ingaan bereiden we ons vaak voor met feiten en weetjes. Dat geeft een gevoel van overzicht en controle. Maar al te vaak staat die informatie een oprechte verbinding in de weg, wat een voorwaarde voor dialoog is. Waar feiten en cijfers veelal worden ingezet ter bescherming en bewijs van onze eigen overtuigingen, wordt in een dialoog juist van je gevraagd dat je je overtuiging durft te herzien. Dat je met de ander op zoek te gaan naar iets nieuws, naar wat nog niet berekend of becijferd kan worden. In een dialoog wordt van je gevraagd dat je jezelf inlegt en bereid bent je door de ander te laten veranderen.

6

De bereidheid om voorbij de grenzen van het eigen weten te komen

Om te kunnen omgaan met alle complexiteit die op ons afdendert, willen we de wereld zo transparant mogelijk maken. Informatie, onderzoek en daaruit conclusies en feiten trekken. Zodat we ons grondig kunnen voorbereiden. Scenario’s kunnen maken. Er ontstaat een informatiesamenleving. Zo worden niet alleen visies voor bedrijven gecreëerd en politieke allianties gesmeed, zo kiezen veel mensen ook hun partner en hun vrienden. Information rules.

 

Maar in hoeverre hebben we onszelf onderzocht? Welke overtuigingen komen mee in hoe we naar anderen en de wereld kijken? En hoe beïnvloeden die de gesprekken die we hebben – of dat nu met geliefden is, op werk, of in complexe, conflictueuze situaties?

 

Door: André Platteel

 

Een dialoog begint op het moment dat ‘ik’ verandert. Onze identiteit staat namelijk niet vast. We verhouden onszelf voortdurend tot anderen en de wereld. En die anderen beïnvloeden hoe we denken, voelen en handelen. Dat kan bedreigend aanvoelen.

 

Toen ik net naar Amsterdam kwam en nieuwe vrienden begon te maken, was de term PLU in: People Like Us. Als je soortgelijke interesses had en van dezelfde (mode)merken hield, werd je in de vriendenkring waar ik toen graag bij wilde horen, ingesloten. Toen ik er eenmaal bij was, begreep ik het mechanisme en ik begrijp dat nu nog steeds, aan den lijve: Wat als er iemand de groep inkomt met hele andere denkbeelden, en die daardoor alles je doet en waar je je zo fijn en veilig bij voelt, bevraagt? Ja, wat dan?

 

De groep gesloten houden en bij je overtuigingen blijven, is overigens geen vrijbrief dat alles leuk en gezellig blijft. Als PLU je selectiecriterium is, ben je voortdurend alles met elkaar aan het vergelijken en betrek je alles op jezelf. Je hebt alleen nog maar oog voor wat gelijk is aan jou. Of voor wat je gelijk zou kunnen maken. Dat mechanisme wordt ook wel narcisme genoemd. Je kunt alleen nog maar horen en zien wat jij wilt horen en zien. De eenheid die daaruit ontstaat, maakt vlak. De Duitse filosoof Byung-Chul Han denkt dat die voortdurende gelijkmaking de reden is voor de toename van het aantal mensen dat depressief is en burn-out raakt. We accepteren het verschil van de ander niet meer en raken daardoor in onszelf ingesloten. We gunnen het onszelf niet, ons door de ander te laten veranderen.

 

Een dialoog begint op het moment dat ‘ik’ verandert. Onze identiteit staat namelijk niet vast. We verhouden onszelf voortdurend tot anderen en de wereld. En die anderen beïnvloeden hoe we denken, voelen en handelen.En dat kan behoorlijk bedreigend aanvoelen.

 

Ik moet denken aan een film die ik een tijdje geleden zag waarin twee mensen elkaar niet begrijpen en toch nader tot elkaar willen komen. Om dat te bereiken leggen ze zichzelf volledig in. In Pola X (1999, Leos Carax) droomt een man van stand vlak voor zijn huwelijk over een ontmoeting met een andere vrouw. Als hij de dag voor de huwelijksceremonie in een bos loopt, gekleed zoals een jonkheer past, komt hij die vrouw uit zijn dromen tegen. Hij wil met haar praten, maar ze begrijpt hem niet. Hij probeert het in een andere taal, maar het lukt hen niet elkaar te verstaan. De vrouw lijkt verwilderd. Haar gezicht is niet opgemaakt maar viezig. Haar haren zijn niet gekamt maar geklit. En ze gromt – althans, zo herinner ik het mij. De man word wanhopig, maar haakt niet af. De camera volgt de twee lopend door het bos. Bomen onderbreken het beeld van de twee mensen die zo hard hun best doen dichter bij elkaar te komen. Het wordt donkerder. Het beeld wordt zwarter. De man geeft zijn taalpogingen op. Hij begint voorzichtig terug te grommen. En dan wordt het stil tussen hen. Het beeld gaat bijna op zwart. Als kijker zie je de twee niet meer, hoor je nog wel hun stilte, en weet je dat ze elkaar verstaan en dat hun leven voorgoed veranderd zal zijn.

 

Ik vind het een prachtige scene. Eerst die nieuwsgierigheid, de man wil de vrouw waarover hij droomde naar zich toe trekken. Dan de onmogelijkheid dat te kunnen, omdat ze hem niet kan verstaan. De frustratie, de angst die daaruit voortkomt. Het verschil tussen hen dat als een wond bloot komt te liggen. Niet alleen in taal maar ook in hoe ze eruit zien. Dan de mokerslag van onmacht. Het moment waarop je verwacht dat een van beiden afhaakt en vertrekt (waar ik mezelf regelmatig op betrap, maar goed laat ik het nu niet op mezelf betrekken). Maar ze blijven samen door het bos lopen. Er is bereidheid elkaar te willen begrijpen. Dus moeten ze iets nieuws verzinnen dat door het grommen wordt aangeroepen – dierlijk en rauw. En dan is er de stilte.

 

De man in Pola X kan niet anders dan zijn onmacht in creatie omzetten. Dat is wat liefde doet. Dat je geen keuze hebt. Precies dat is wat gevraagd wordt in een open-dialoog. Liefde. En dan bedoel ik niet liefde als in een relatie. Maar liefde als in het eren van iemands anders-zijn. De liefde voor het verschil. En dat je vanuit die liefde bereid bent je eigen angst en ongemak te onderzoeken en in te leggen, om samen tot iets anders te kunnen komen. Hoe spannend, verwarrend en verdraaide lastig dat ook kan zijn.

 

 

Niet alles willen belichten

Nog een ander verhaal met daarin opnieuw een man bij wie terugkerende dromen het begin aankondigen van een totale omwenteling in zijn leven. In het korte verhaal Gioconda of the twilight noon van de Britse auteur J.G. Ballard verblijft een man in een landhuis om te herstellen na een oogoperatie. Hij dommelt elke middag in slaap bij het gekrijs van vogels en krijgt een terugkerende droom over een vrouw die de trap van een kelder afdaalt. Hij kan haar gezicht niet helemaal zien. Ze kleedt zich uit. En vlak voordat het licht op haar gezicht zal vallen en ze helemaal naakt is, schiet hij wakker. Als de bandages van zijn ogen verwijderd worden en hij weer kan zien, keert de droom niet meer terug. Hij neemt een radicaal besluit en blijft net zolang in het zonlicht staren totdat hij blind wordt. Hij schreeuwt van pijn, maar ook als in een overwinning. Eenmaal blind keert de droom weer terug. Maar nooit zal hij weten wie die vrouw is, en nooit zal hij haar helemaal naakt zien.

 

Gioconda of the twilight noon gaat voor mij over het eren van wat niet benoemd kan worden. Dat je nooit je verlangen helemaal waar kan maken. En dat het verlangen dat misschien ook helemaal niet wil. Het verlangen, verlangt ernaar te blijven verlangen. Of misschien meer precies: wat we ook verlangen er blijft altijd iets ontbreken. En juist dat maakt het leven zo mooi en krachtig. Dat roept ons aan om te creëren.

 

Laten we even terugkeren naar de informatiesamenleving waar ik het eerder over had en die suggereert dat alles transparant gemaakt kan worden. Dat kan dus niet. Met feiten en weetjes blijf je aan de rand van de wereld staan, nader je de ander tot aan jouw interpretatie van wat je van hem of over het onderwerp cijfermatig weet. Van verbinding en ontwikkeling is geen sprake. Het onmeetbare dat in een dialoog wordt blootgelegd, wordt vermeden. Er is dus feitelijk geen sprake van een dialoog.

 

Als we een dialoog instappen of faciliteren zal er altijd iets blijven ontsnappen. Dat heeft naar mijn gevoel niet zozeer met de ander te maken, maar in eerste instantie met onszelf. In contact met de ander veranderen we omdat we reflectie krijgen op onze overtuigingen. We krijgen onszelf via de ander op een manier terug zoals we nog niet kennen. Er ontsnapt iets in en aan onszelf. Maar daarin worden we niet blind voor de realiteit. Nee, dat verschil tussen wie we waren en wat we worden, plaatst ons juist groeiend, lerend en creërend in het hart van die veranderende realiteit.

Deel dit artikel: