We maken de hele dag door verhalen. En vaak hebben we niet door dat die verhalen weinig zeggen over de werkelijkheid, maar alles over wie wij zijn. Verhalen kunnen daardoor verwarren of zelfs ontwrichten. De oplossing ligt niet in ont-verhalen, maar in het vertellen van verhalen die verbinden. Dit verhaal is een pleidooi voor verhalen die de begrenzing van onze eigen angsten en oordelen oprekken - zodat er ruimte ontstaat voor compassie en gezamenlijke groei.

7

Verbonden door helende verhalen

Door: André Platteel

 

Mijn fascinatie voor een specifieke groep schrijvers begon ooit in een boekenzaakje in Parijs waar ik toevallig beland was. Ik vond er een boek waarvan de pagina’s in horizontale repen waren gesneden, met op elke reep een zin, waardoor je een miljoen combinaties kon maken, met steeds nieuwe gedichten als resultaat. Ik vond het wonderschoon en kocht het, al was en is mijn Frans beperkt tot ‘een stokbrood, ja en nee’. Het boek was van Raymond Queneau, van wie ik daarna elk boek verslond. Zijn meest iconische boek is misschien wel ‘Stijloefeningen’ waarin hij een bepaalde gebeurtenis 99 keer herschrijft, waardoor je 99 andere verhalen krijgt, terwijl toch vrijwel dezelfde zinnen worden gebruikt.

 

Onlangs zat ik in de HBO-serie ‘Big Little Lies’ die me deed denken aan het werk van Queneau. De serie gaat over drie moeders die een schijnbaar perfect en luxueus leven leiden aan de kust van Big Sur, Californië. Als het kind van een van hen in de klas wordt aangevallen, barst het vernis van die perfectie. Het zoontje van een minder rijke moeder krijgt de schuld, maar hij ontkent. De vrouwen raken in de clinch en proberen elkaar zwart te maken.

 

Dat er een moord gepleegd zal worden is meteen aan het begin van de serie al duidelijk. Er zijn korte flash forwards te zien; statements van bekenden van de drie vrouwen, die gehoord worden als getuigen. Hun verhalen verhelderen niets over de moord. Zinnen die ze ergens hebben opgevangen worden omgebogen door frustratie en geïnfecteerd met haat en nijd. Ons oordeel over het jongetje dat de aanstichter van het hele conflict zou zijn, wordt voortdurend gekleurd door de reacties van de getuigen. Als kijker begin je daardoor ook te dwalen: is dat ventje nou een psychopaat in de dop of volledig onschuldig? Een van de vrouwen in de serie zegt ergens terloops: we zien de wereld niet zoals hij is, maar zoals we zijn.

 

Voordat je te weten komt wie de moord gepleegd heeft en wie er nu eigenlijk vermoord is, weet je meer over de onderlinge competitie tussen de bewoners van het kustplaatsje, en over de onuitgesproken conflicten en verdrongen trauma’s van de vrouwen – bedoeld om maar de schone schijn van perfectie op te houden. De trots die daarmee samenhangt, is de echte dader van de moord.

 

 

Verbindende verhalen geven ruimte

De serie en het daarna herlezen van Queneau’s Stijloefeningen deed me denken: welke verhalen vertel ik zelf? En welk doel hebben die verhalen? Zit er een strategie achter de verhalen die ik vertel, hebben ze ten doel de dingen mooier te maken, of misschien juist lelijker? En wat doet dat met de verbindingen die ik met anderen aanga? Kun je wel een verhaal vertellen, gezuiverd van je eigen angsten, frustraties en competitiedrang?

 

Een tijd lang was ik geïnteresseerd in spirituele gemeenschappen waarin het ‘bon ton’ was te zeggen dat je los moet komen van verhalen. Een verhaal zou niets zeggen over wie je bent en ze zouden je belemmeren om in het hier en nu te zijn. Voor mij werkt het ont-verhalen niet, ik hou er teveel van. Niet zozeer als houvast, maar als motor voor ontwikkeling en als cement om me te kunnen verbinden. Wat ik wel interessant vind is de aard van die verhalen: kunnen we elkaar verhalen vertellen die onze onlosmakelijke verbondenheid helder maken en daardoor tot veiligheid, groei en ontwikkeling leiden?

 

Even terug naar mijn eerste zin van dit verhaal. Ik schreef dat ik door Queneau’s boek met gedichtenexplosie geïnteresseerd raakte in een groep schrijvers. Ik heb het tot nu toe alleen nog maar gehad over Queneau zelf. Hij was een van de oprichters van een literaire-stroming die Oulipo heet, een groep auteurs die er plezier in had zichzelf regels op te leggen. Creativiteit lag voor hen niet in het wegnemen van regels of in de afwezigheid ervan, maar juist binnen regels. Dat vind ik een spannend uitgangspunt. Juist in een tijd waarin structuren steeds opener worden en creatieve vrijheid in vergaande democratisering (ontregeling) gezocht wordt. Worden de verhalen die we elkaar vertellen creatiever – en daardoor mogelijk meer verbonden  – als we juist de begrenzing opzoeken?

 

Kunnen we elkaar verhalen vertellen die onze onlosmakelijke verbondenheid helder maken en daardoor tot veiligheid, groei en ontwikkeling leiden?

 

De werkelijkheid is een dialoog

De auteur George Perec behoort ook tot de Oulipo-groep. Hij schreef een boek zonder de letter ‘e’ (vertaald als ’t Manco). Een huzarenstukje, want dat is de meest voorkomende letter in het Frans. In zijn boek ‘Ruimte rondom’ dijt Perec met ieder hoofdstuk uit. Hij begint met de kleinst mogelijke ruimte, het witte vlak van het papier waarop zijn verhaal begint en dan wordt het verhaal alsmaar ruimer: zijn slaapkamer, de straat, de stad, de wereld, het heelal. Tussendoor bevraagt Perec de lezer: ‘Ontcijfer een stuk stad.’ ‘Beschrijf de betekenis van je straat.’ Door op zijn vragen in te gaan merkte ik dat ik vaak gedachteloos van de ene ruimte de andere in ga. Door daarop te letten, werd ineens voelbaar hoe belangrijk ruimtes zijn voor de verhalen die ik maak. ‘Verhaal’ neem ik dan heel ruim: hoe mijn lichaam zich afstemt op de ruimte, inclusief de dingen die ik denk, voel, uitstraal en zeg. In een vreemde stad ben ik een heel ander mens dan in mijn eigen huis. In een kleine ruimte (een lift bijvoorbeeld) weer heel anders dan in een ruimte hoog in de lucht. Als ik met een groep mensen een retraite doe in Italië, voelt dat anders wanneer ik een training geef in Amsterdam.

 

Zonder dat we het doorhebben bevinden we ons steeds binnen de begrenzing van een bepaalde ruimte die iets anders van ons vraagt. En in die verschillende ruimtes kom ik mensen tegen die ook weer iets anders van me vragen. Thuis alleen met een kop thee ben ik anders dan thuis met een kop thee met een vriend. En met een kop thee met diezelfde vriend maar nu bij hem thuis, weer anders. De verhalen die we elkaar binnen die ruimtes vertellen kunnen onze ervaringen verrijken, onze innerlijke ruimte oprekken.

 

De werkelijkheid is een dialoog. Als die dialoog in verbinding is, dat wil zeggen ingeleefd en open – dan kunnen daar verhalen uit voortkomen die de begrenzing van wat je kent, weet en ervaart oprekt. Precies dat is wat gebeurt in ‘Big Little Lies’. Zonder de afloop van de serie te verklappen: de moeder wiens zoon beschuldigd wordt, heeft het vermogen zich in te leven in de andere vrouwen en kan haar eigen angst en frustratie loskoppelen van de gesprekken die ze aangaat. Ze brengt haar kwetsbaarheid en frustratie in, maar houdt het bij zichzelf, zonder de ander te willen beschuldigen. De verhalen die eerst gedrenkt waren in haat en nijd, kantelen, percepties verschuiven. De geprojecteerde frustratie en woede van anderen kaatsen terug, waardoor die anderen daar zelf iets mee moeten. Dat werkt louterend, helend. Wat overblijft is een verhaal dat de vrouwen op een krachtige manier zal verbinden.

 

 

Verhalen die ons her-verbinden

We bestaan met Your Lab nu tien jaar. In die tijd hebben meer dan 5000 deelnemers meegedaan. Er waren meer dan 5000 verhalen, een miljoen verhalen, zo schat ik. Omdat perspectieven verschoven, verhalen helderder werden, steeds speelser en creatiever. Veel van de beginverhalen hadden een onthechte basis. Vanuit vertraging, inleving en compassie werden dat verbindende verhalen. Dat heeft geleid tot een andere waarneming van innerlijke en uiterlijke ruimtes: gedachten, gevoelens en plekken waren niet langer een bedreiging of beklemmend, maar nodigden uit tot creatie. Iedere keer weer opnieuw, opdat de nieuwe begrenzing in een ander moment, weer verder kon worden opgerekt.

 

Nog een laatste verhaal om mee af te sluiten, ook van Perec, en een van de mooiste boeken die ik ken: ‘Het leven een gebruiksaanwijzing’. Perec vertelt daarin de verhalen van een aantal excentrieke bewoners van een pand in Parijs. Het pand heeft geen gevel. Je kunt overal naar binnen kijken. Alles is in een oogopslag en gelijktijdig zichtbaar. Perec gaat gedetailleerd te werk. Hij omschrijft de hoofdpersonen, wat ze doen, wat ze bezitten. En dat doet hij met zoveel liefde en compassie dat je van die personen gaat houden. Een van de verhalen gaat over een excentrieke kunstenaar die zijn werken verknipt tot puzzelstukjes en de schilderijen daarna weer in elkaar zet. Ze mogen dan weer een geheel zijn, maar ze zijn tegelijkertijd toch ook vernietigd. Als de kunstenaar overlijdt voordat hij het laatste schilderij weer in elkaar gepuzzeld heeft, ontbreekt er nog een stukje. Het stukje dat in de hand van de schilder bestorven ligt, heeft een andere vorm.

 

De transparante gevel in Perec’s boek suggereert dat je tot volledig overzicht en inzicht van een verhaal kunt komen. Maar dat is slechts schijn: we zullen onszelf, de wereld en anderen nooit volledig kennen. Er zal altijd een puzzelstukje in ons verhaal niet-passend zijn. Dat moeten we niet betreuren, dat nodigt juist uit tot creativiteit, tot dialoog. Het niet passende puzzelstukje is zo weer het begin van een nieuw verhaal.

Deel dit artikel: