schermafbeelding-2017-01-07-om-14-07-13

Het moeilijkste om uit te leggen, is dat wat niemand wil zien

Wat is ons vermogen om lief te hebben, en wat hebben we eigenlijk lief? Dat lijkt het thema te zijn van the Fountainhead, dat ik gisteren zag in een bewerking van toneelgroep Amsterdam, gebaseerd op Ayn Rands roman uit 1943. Wat een knap stuk: vier uur lang gespiegeld krijgen hoe we als mens voortdurend aanmodderen om een plek in de wereld te willen veroveren. Als je nog kaartjes kan krijgen, ga het zien.

 

Door: André Platteel/ Foto’s: Toneelgroep Amsterdam

 

Het verhaal gaat over Peter en Howard, twee vrienden, beide architect.

Peter is behaagziek en raakt in zijn zoektocht naar erkenning zo’n beetje alles kwijt: de carrière die hij via jatwerk heeft opgebouwd valt als een kaartenhuis in elkaar, het geld dat hij vals vergaard heeft wordt hem dubbel afgenomen, en de mooie vrouw die hij als muze aan zijn zijde moest hebben om überhaupt iets te kunnen creëren, gaat bij hem weg. Peter is een poseur, wil tot de culturele elite horen, tot de kunstenaars en intellectuelen, omdat hij daar denkt erkenning te vinden. Maar het gaat hem niet om de kunst, het gaat hem niet eens om hemzelf, het gaat hem om anderen. Peter leeft niet maar bestaat slechts kortstondig in de hoofden van anderen: in zijn obsessieve verlangen om indruk te maken, om interessanter en daardoor aantrekkelijker te zijn dan anderen, verliest hij zichzelf volkomen. Wat overblijft is zielloos.

 

“I could die for you. But I couldn’t, and wouldn’t, live for you.”

 

Zijn vriend Howard blijft trouw aan zijn idealen, wil nergens een compromis sluiten, leeft in opperste zuiverheid aan wat hij voelt en denkt: hij krijgt geen erkenning, wordt verguist, verraden door zijn vriend, en de vrouw die hij lief heeft stuurt hij weg, omdat zij haar angsten nog niet is aangegaan en hem daardoor niet werkelijk lief kan hebben. Howard is bereid te willen sterven voor zijn idealen, en te streven voor diegene die hij lief heeft, zolang hij maar niet voor ze hoeft te leven.

 

 

Het verhaal lijkt een pleidooi voor individualisme. Niet het soort individualisme dat tegenwoordig vaak bekritiseerd wordt en als reden wordt gezien voor de verharding en schofterigheid. Want is het hedendaagse individualisme, zo bevraagt het stuk, niet eerder illusie, verkocht door media, politiek en commercie om ons de schijn te geven dat we uniek en individueel zijn, zodat we ons zonder al te veel gemor scharen achter holle on-liners en visies?

 

“To say “I love you” one must know first how to say the “I”.”

 

The Fountainhead is een pleidooi voor het in de wereld zetten van jouw uniekheid, het vieren van ons creatieve vermogen en intellect, van dat wat jij hebt en kunt en niemand anders. Niet om daarmee anderen te kleineren, maar om jezelf recht te doen. Alleen dan draag je bij aan jouw groei en aan die van anderen. Dat is een hele opdracht, zo blijkt (ook) uit het stuk: je moet de eenzaamheid durven aangaan, en alles wat in jouzelf in de weg staat. De verleiding van vleierij en angst afslaan. En de vele denk- en gedragspatronen waarmee we ons veilig denken te kunnen voelen ‘thuisbrengen’, opdat ze niet langer de toegang tot jezelf blokkeren, maar jouw uniekheid glans gaan geven.

De grootste bedreiging om te kunnen zijn wie je werkelijk bent, zijn niet de machtswellustigen (in het toneelstuk een mediamagnaat, maar nu makkelijk vertaalbaar naar politici), maar de ‘spirituele leraren’, die met hun gemeenplaatsen over liefde en het bestrijden van egoïsme, de indruk wekken dat het individu niet bestaat, en daarmee alles doden, behalve zichzelf, verheven boven alles, meester noemend. Zo’n spirituele meester drogeert in The Fountainhead voortdurend de autonomie en creativiteit van anderen.

 

Teerijl ik naar het toneel keek – de plek waar mensen acteren en per definitie de schijn ophouden – moest ik denken aan een man met wie ik vaak trainde en die me veel geleerd heeft, waaronder dit: ‘Laat niemand je ooit vertellen dat er geen ‘ik’ is.’ In het toneelstuk wordt het zo verwoord: ‘Om te zeggen “Ik hou van je”, moet je eerst weten wie ik is.’

 

Welke uniekheid wil zich door jou heen manifesteren, als je vleierij en het verlangen naar erkenning achterwege laat?

Deel dit artikel: