_1030501

Are you sure your empathy isn’t egoism?

Door: André Platteel

Egoïsme. Een haast duivels woord nu, grondlegger van een individualistische samenleving met ieder voor zich, en God voor ons allen. Een God, die de touwtjes niet echt meer in handen heeft, de duivel de boel heeft laten versplinteren en tegen elkaar heeft opgezet.

_1030501

De tegenhanger van egoïsme lijkt empathie. Vanuit inleving en compassie leven. Toch denk ik de laatste tijd: geef mij maar een egoïst boven een empathisch persoon. Met mijn empathie heb ik meer mensen pijn gedaan dan met mijn egoïsme.
En toch is empathie een van de pijlers van Your Lab.
Ik ben opgegroeid in een onveilige omgeving. Om een gevoel van veiligheid te kunnen ervaren, moest ik me inleven, in mijn ouders, in mijn onvoorspelbare ooms die kind aan huis waren. Ik moest weten wat hun verwarde gevoelens waren, en hoe ze daarnaar zouden handelen. Toen ik later ging werken, was ik steengoed in het voorspellen van trends en culturele veranderingen. Empathie werd overlevingsinstrument om de wereld te scannen. Het gezin dat ik verlaten had, was niet langer onveilig, de wereld waarin ik stapte, voelde nu onveilig voor me. En groepen. Ik trok me vaak terug, weer uit dat gevoel van onveiligheid. Om toch in groepen te kunnen functioneren, kon ik met empathie haarfijn doorzien hoe personen in elkaar staken, en daardoor ook doorzien waar zwakke plekken zaten. Als ik aangevallen werd, wist ik genadeloos toe te slaan. Empathie werd een strategisch wapen.
Door al dat ge-empathie, leefde ik voornamelijk aan de buitenkant, was mijn zenuwstelsel een scanner, die luid zoomend mijn omgeving op veiligheid controleerde. Ik verloor zicht op mijn innerlijke wereld, die ik terug probeerde te vinden in persoonlijke ontwikkelingstrajecten, waarin leraren je vertellen af te reken met, ja, je raadt het al: je ego.
Ik ben door Your Lab veel empathische mensen tegengekomen die hun inlevingsvermogen net als ik vanuit pijn en onveiligheid ontwikkeld hebben. En die door hun aandacht volledig naar buiten te richten, zicht hebben verloren op wat ze zelf verlangen, wat hun eigen behoeften zijn. Als dat gebeurt, kan er geen sprake zijn van een liefdevolle verbinding. Om oprecht liefde hebben, moet je zelf liefde zijn. En om zelf liefde te zijn, moet je kunnen luisteren naar wie je bent, gaan staan voor wat je voelt, en wat je wilt. Dat is geen egoïsme. Dat is noodzakelijk.
Egoïsme splijt pas als je niet bereid bent te onderzoeken waar je gedrag uit voortkomt, als zelfonderzoek achterwege blijft, en je vanuit vroege overleving, oude pijn op anderen blijft afvuren. Dan ontstaat er een rigide vlechtwerk dat je ‘ik’ noemt, dat gewelddadig is en enkel uit op eigen overleving. Het meest subtiel gebeurt dat onder het mom van empathie.
Regisseur Stanley Kubrick maakte ooit een oorlogsfilm waarin een pacifist in het leger komt, met vredesteken en hartje op zijn helm. Hij leeft zich als oorlogsjournalist in de vijand in, neemt het voor ze op. Maar eenmaal in het oorlogsgeweld, met de dood op de hielen, verschuift de soldaat van journalist naar oorlogsmachine, en zet hij de meeste moorden op zijn naam. Omdat hij zich zo vereenzelvigt met het idee dat hij een pacifist is, dissocieert hij zich van zijn werkelijke daden, kan hij het voor zichzelf goedpraten: ik doe het uit vrede en liefde. Ik moord uit empathie.
Empathie is mooi, als je jezelf meeneemt. Dat zelf is niet rigide, maar een voortdurend worden. Dat in open relatie met anderen steeds opnieuw ontwikkelt, steeds liefdevoller wordt, steeds helderder, en daardoor steeds duidelijker plek kan innemen in het geheel. Dan raakt empathie verbonden, tussen jou en de ander, en de wereld – kan het leven vol liefde door je heen razen.

Deel dit artikel: